Duitse Mittelstollen

Het was een prachtige nazomeravond in augustus. Aangenaam temperatuurtje. Heerlijk om even naar buiten te gaan. Maar ja, dan is sinds kort de vraag, ga je met de hond of met de piepstok. Dit keer had Buddy geluk. We zijn naar Wilsum gereden om een heerlijke wandeling naar de IJssel te maken.

Het was al weer een tijdje geleden dat ik hier in de uiterwaarden geweest was. Destijds was het project ‘Ruimte voor de rivier’ net afgerond en heb er toen met mijn metaaldetector enkele uurtjes doorgebracht. Helaas zonder noemenswaardig resultaat. Nu was het vooral genieten van Buddy.

Die week ben ik nog een keer teruggegaan naar die prachtige locatie. Dit keer natuurlijk met de piepstok. Ik besloot om me vooral te focussen op het grindpad. Normaliter niet ideaal om te graven, maar technisch gezien wel de grootste kans om iets te vinden. De paden worden immers vaak gemaakt van bouwafval van gesloopte boerderijen.

En als je dan aan het spitten bent op zo’n ‘zandpad’ komen er vrijwel altijd wel wandelaars langs. En dan is het natuurlijk leuk om even een praatje te maken of mensen te laten schrikken met de opmerking: “Wilt u doorlopen, ik heb een Duitse bom gevonden die ieder moment kan ontploffen!” Leuk joh, die verbaasde gezichten.

Toch was mijn grap niet geheel onrealistisch. Dat bleek toen ik op datzelfde pad iets zag glimmen. Ik was er al een paar keer overheen gelopen. Het leek een steen, maar wel een verdachte…

Nadat ik hem uitgegraven had bleek het i.d.d. bingo te zijn. Het leek een soort van trekhaak. Slechts 20 cm lang, maar iets anders kon ik niet bedenken.

Is het een trekhaak?
Nee, een Mittelstollen.

Voor een goede determinatie post ik mijn vondsten altijd in de Facebook groep Bodemvondsten SN. Hier zitten bodemzoekers met allerlei specialiteiten. Dit keer is mijn bericht: “Hallo smid, wat is dit?”.

Binnen een paar uur heb ik antwoord op mijn vraag. Het is een Mittelstollen afkomstig van een Duitse panzer III of IV. Het ding werd in de tweede wereldoorlog gebruikt om met de tank beter over drassige ondergronden te kunnen rijden.

Duitse Panzer III-tank

Op internet vind ik allerlei tekeningen waarop uitgelegd staat hoe de Mittelstollen werken. In feite zijn het een soort adapters die aan de rupsen bevestigd worden.

Uitleg gebruik Mittelstollen voor Engelse verzamelaars.
De Mittelstollen aangebracht op de rups van de Panzer III-tank.

Op de site van www.poldermastenbroek.nl vind ik een uitvoerige beschrijving van de aangelegde tankwallen. Ik heb hier eerder al over geschreven. Nu heb ik dus een concreet stukje WOII-geschiedenis in handen. Langzaamaan vallen alle puzzelstukjes in elkaar, want aan de overkant van de IJssel heb ik eerder al een granaathuls gevonden, afkomstig uit de wijk Onderdijks. Misschien wel afgeschoten door de Duisters met hun Panzer III-tank.

Een bom op de brouwerij

Dit jaar ben ik van mei tot september vrijwel wekelijks 1 avond/nacht te vinden in een bed & breakfast in het Belgische Baasrode, vlakbij Antwerpen. De B&B is een oude bierbrouwerij en wordt gerund door Ingeborg. Gastvrijheid staat op 1. Na een dag hard werken is het hier heerlijk genieten. De tuin van de voormalige brouwerij bestaat voor een belangrijk deel uit een prachtig gazon met daarop een fascinerende bol als kunstwerk.

Casa Cava B&B
Casa Cava B&B

En als je daar dan ’s avonds op het terras aan een heerlijke Belgische blonde zit gaat je fantasie soms even met je op de loop. Zouden er misschien resten van de voormalige bierbrouwerij onder die mooie grasmat verstopt liggen? Er zou maar 1 manier zijn om erachter te komen: de volgende keer de ‘piepstok’ mee. Gelukkig zag Ingeborg ook wel mogelijkheden. De vondsten zouden prima decoraties zijn in het nieuw te bouwen gedeelte van de B&B.

De week erop kwam ik terug. Mét mijn detector. Ik vroeg aan mijn gastvrouw waar ik in de buurt het best kon zoeken. “In mijn tuin”, was haar antwoord adrem. “En het goud dat je vindt is voor mij”, grapte ze er direct achteraan. “Da’s goed” zei ik met gepast respect voor de historische context, ik heb genoeg aan de foto’s. Waarop ze met een grote grijns op haar gezicht zei: “Maar allée, en dat veur n’n Hollander? Die geven nooit iets weg”.

Ik aan de slag. En direct veel hits. Geen goud, maar zilverfolie, zilverfolie en nog eens zilverfolie. Dat was niet waarover ik gefantaseerd had. Wanneer ik aan een bierbrouwerij denk, dan denk ik aan mooie glimmende ketels….

Toen ik vrijwel het hele veld afgezocht had vond ik toch nog iets dat mogelijk historische waarde vertegenwoordigt. Het was een metaalfragment met een code erop gestanst: 125 A. Misschien wel een bomfragment uit de 2e wereldoorlog? Wie het weet mag het zeggen.

Bomfragment WO2?

Volgens mijn hostess kan mijn hypothese wel eens waar zijn. Het pand is namelijk in WO2 bij een bombardement geraakt aan de gevel. We lopen naar de voorzijde van de B&B waar Ingeborg mij het litteken aan de zijgevel laat zien. Een lelijke snee van links boven tot halverwege de muur. Deskundig gerestaureerd, maar toch een litteken.

Gebombardeerde zijgevel Casa Cava

Na weer een mooi avontuur val ik die avond in een diepe slaap, dromend over blinkende ketels met daarin het heerlijke goudgele sap.

Website B&B: https://www.casacava.eu

Een ring in de bagger van de IJssel

In de zomer van 2018 was het warm en droog. Reden om de waterkant op te zoeken. Het waterpijl van de IJssel heeft zelden zo laag gestaan als toen. Voor de boeren een drama, voor de bodemzoeker een aantal extra vierkante meters interessant bodemoppervlak.

Ploegen door de modder van de IJssel bij Kampen.

Ploegend door de modder werd ik plotseling overvallen door een geluksmomentje. Ik had beet. Een glimmerd dit keer. Zou het zilver zijn? Het is een ring en geen kleintje ook. En er staat wat in gegraveerd: MUSEUM SC. NAT. BRUSSELS en een code M-11278.

Het blijkt een vogelring te zijn. Geen zilver, maar wel leuk om verder te speuren naar de herkomst ervan.

Al snel word ik gewezen op het bestaan van GRIEL: (Geautomatiseerd Ring Invoer en Export Loket). Op hun website vul ik netjes in dat ik een ring gevonden heb. En dan is het een kwestie van wachten…. Een half jaar om precies te zijn.

Vogelring.

In een geautomatiseerde mail krijg ik netjes antwoord op mijn vraag om welk soort vogel het gaat.

Het blijkt de ring te zijn van een Canadese gans, een vrouwtje, geringd in Mechelen in 2005, 13 jaar geleden.

Heb ik toch mooi een bijdrage geleverd aan wetenschappelijk onderzoek.

Terug naar De Tippe

Tegen beter weten in ben ik met mijn broer op zoek gegaan naar ons verborgen familiekapitaal. Dit keer in de grond van De Tippe.

De Tippe

Mijn broer Ruud heeft de stamboom van de familie Zwakenberg al een heel eind uitgespit. Hij heeft zelfs uitgedokterd welke percelen in vroeger jaren in bezit van onze familie zijn geweest. Hij zoekt op oude kaarten en in oude akten naar verdwenen boerderijen. Voor mij interessante locaties om met de metaaldetector af te speuren.

Een tijdje geleden vertelde hij het verhaal van De Tippe, een stuk Mastenbroek tussen Stadshagen en Westenholte. Volgens oude akten is het in de 18e eeuw familiebezit geweest.

Een aantal zaterdagmiddagen zijn we samen op veldonderzoek gegaan. Ruud met de digitale kadasterkaarten en ik met de metaaldetector. In de hoop nog iets van onze voorvaderen aan te treffen, muntjes bijvoorbeeld, het liefst gedateerd rond 1780 of zo.

Op weilanden als deze worden nog wel eens muntjes gevonden. Rondom de boerderij (bijvoorbeeld onder de waslijn) of bij het hek van het weiland, op de dam waar de veehandelaren het vee kwamen opkopen en afrekenen.

Bomscherf WO2

Op de plek waar de boerderij heeft gestaan vonden we voorwerpen uit verschillende perioden. Bomscherven uit de 2e Wereld Oorlog, een scherf (waarschijnlijk) van een sopketel (hier werd vroeger het  veevoer in gekookt), oude auto-onderdelen en een lepeltje, maar helaas geen muntjes.

Sopketel

Afgelopen zaterdag hebben we het verharde pad naar de toegang van De Tippe afgezocht. Wat we vonden was een zware moker (‘die nemen we op de terugweg wel mee’), een constructie van een sproeiinstallatie (even dachten we dat het oorlogsspul was, want er bevond zich in dit gebied ook een tankwal uit WO2, maar dat bleek helaas niet zo te zijn), diverse H-profielen (niet wetende wat hier de functie van was) en tot slot een prachtig mooi oud hoefijzer.

Hoefijzer, gevonden op De Tippe

Het was echte een joekel van een ijzer. Het heeft een formaat van 17 x 17 cm. Nog niet eerder heb ik zo’n groot exemplaar gevonden. Misschien is ie wel van een paard van één van onze voorvaderen geweest. Van Lefert of Herm Zwakenberg. Zij hebben het stuk land in 1797 van hun vader geërfd. Inclusief een paard. Niet zomaar een paard, nee een ‘best paard’. Of zouden ze daarmee ‘Bels paard’ bedoelen?

Akte uit 1797 waarin De Tippe wordt genoemd i.c.m. de naam Zwakenberg.

Het project ‘De Tippe’ is voor ons nu klaar. Alles uitgekamd. Helaas geen centen gevonden, maar wel weer een tipje van de familiehistorie blootgelegd. En een aantal gezellige uren met mijn broer doorgebracht. Bedankt Ruud!

Meer achtergrond informatie van het werk van Ruud met betrekking tot deze locatie is te vinden in deze pdf: De Tippe

Een trip naar de Koekoekspolder

Grenzend aan de bebouwde kom van IJsselmuiden ligt de Koekoekspolder. Op voorhand geen plek met een lange historie. Je vindt er dan ook geen oude boerderijen, maar wel veel kassen, afgewisseld met grasland en wat akkertjes. Zo’n 25 jaar geleden is één van mijn nichten er gaan wonen. Ze trouwde met een witlofkweker, inmiddels een goede vriend van mij.

Kampen en IJsselmuiden bij nacht

Hun land stond al een tijdje op mijn zoeklijstje. En toen begin oktober op zaterdagmiddag de zon begon te schijnen heb ik mijn laarzen aangetrokken en ben ik de polder in getogen. Op zoek naar… geen idee eigenlijk.

Al snel had ik een hit. Een oude eikenhouten plank met wat roestig beslag eraan. Onze eerste inschatting was dat het een klep van een mestwagen kon zijn. Toch had ik twijfels.

Aan het eind van de middag (ik was pas op de helft van de kavel) viel de duisternis in en werd ik uitgenodigd om aan de keukentafel met mijn (achter-)neven en nichten een biertje te komen drinken. Samen fantaseerden wij onder over mijn vondsten. Gezellig hoor.

Na het schoonmaken van ‘de mestwagen’ bleek er een los object aan vast te zitten. Het leek wel een splitpen. Het houtwerk was ook apart. De vorm deed mij denken aan een deel van een oud schip.

Vondsten Koekoekspolder

Dat vermoeden werd bevestigd door een collega-bodemzoeker. “Man, je hebt een scheepswrak gevonden, inclusief een scheepspasser!” Wouw. Da’s best bijzonder. Vooral omdat de Koekoekspolder vroeger moeras is geweest. Dat er Suydersee-schepen hadden gevaren was mij niet bekend.

Misschien dat er archeologen zijn die er meer van weten. Daarom mijn vondst maar aangemeld bij ‘Het Oversticht’, het meldpunt voor alle bodemvondsten in Overijssel. En hun reactie was hoopgevend. Of ze mijn foto mochten publiceren in hun nieuwsbrief. Maar natuurlijk. Leuk zelfs.

Ondertussen was ook de nieuwsgierigheid gewekt bij de ouders van mijn aangetrouwde neef. Zij hebben jarenlang op de vindplaats gewoond. En ja hoor,  zij waren unaniem in hun determinatie: het is een “paardentrip”.

Paardentrips

De Koekoekspolder was voorheen een veengebied. Een drassig landschap dat alleen per paard bewerkt kon worden. Echter moesten de paarden wel trips onder de voeten gebonden worden.

En als we het houtwerk goed bekijken zien we een mooie afdruk van een hoef. Aan de achterzijde is duidelijk slijtage zichtbaar. Blijkbaar is het object in vroeger jaren zeer nuttig geweest.

Helaas dus geen oud scheepswrak, maar wel een prachtige vondst. Eentje waar al veel collega-bodemvondstzoekers met genoegen kennis van hebben genomen.

 

Hoge bi

In ons polderdorp IJsselmuiden is nog een aantal weggetjes waarop al eeuwen lang mensen rijden. Eén van die weggetjes is de Oosterholtseweg. Het is een ietwat verhoogde dijkweg die loopt van IJsselmuiden richting Wilsum. Aan deze weg bevinden zich een groot aantal boerderijen met hun landerijen.

Voor een metaalzoeker niet bijzonder interessant, maar soms wil je er na een drukke dag gewoon even uit. De zinnen verzetten. Zo ook die ene mooie nazomerdag dit jaar. Ik was al bij meerdere boeren om toestemming wezen vragen, maar pas bij nummer drie was het ok. Echter, “drie weken terug is er ook al iemand met een metaaldetector geweest”, vertelde de boerin. Maakt niet uit. Gewoon lekker buiten struinen is al prima.

Na een paar minuten kreeg ik toch een piep. Het was een roestig stuk ijzer in de vorm van een klosje. Daar bleef het bij. Na het uurtje struinen ook nog even met de boer gepraat. Altijd leuk om te horen hoe trots ze op hun bedrijf zijn.

Thuis aangekomen heb ik gauw mijn klosje in een zuurbadje gelegd. De volgende dag hem verder van alle roest ontdaan. En voilà, er kwam een naaf van een fiets tevoorschijn.

Lager achterwiel hoge bi

In het ijzerwerk is duidelijk te zien dat het om een fietsnaaf gaat, aangezien de spaakgaatjes duidelijk zichtbaar zijn. 9 Aan iedere kant.

Maar van welk type fiets is dan de grote vraag. Tegenwoordig zitten de spaken aan de zijkant van de naaf. Bij deze aan de bovenzijde.

En toen kreeg ik een ingeving. Niet lang geleden had ik een delegatie van Gazelle op onze fabriek rondgeleid. Die zullen het misschien wel weten. Goed gegokt. Al binnen een dag kreeg ik antwoord op mijn mail.

Het moet het achterwiel zijn van een “hoge bi”. Zeker niet van een voorwiel, daarvoor zijn het te weinig spaken.

Hoge bi’s

Wouw, wat leuk zeg. Ik krijg gelijk beelden op mijn netvlies over hoe dat er ruim 120 jaar geleden moet hebben uitgezien.

De hoge bi is een 19e eeuws fietsmodel dat beroemd werd om zijn zeer grote voorwiel en kleine achterwiel. Hij werd in 1868 uitgevonden door James Starley. Er zweeft een sfeer van romantische nostalgie rond de hoge bi, maar hij werd ook gebruikt als één van de eerste racefietsen.

Volgende maand staat er een ritje naar de Gazelle-fabriek op de planning. En misschien wordt het wel een ritje op de hoge bi.

Bron: sport.infonu.nl

 

 

Kasteel Voorst komt weer tot leven

 

Ik ben inmiddels ruim een jaar aan het schatzoeken en vanuit IJsselmuiden wordt mijn zoekgebied steeds een beetje groter. Zo kwam ik op een mooie zonnige oktoberzondag op een braak liggend terrein aan de rand van Zwolle terecht.

Helaas vond ik niet veel bijzonders. Ja, een hoefijzer (wel een oudje), wat scherven en een loden staafje. Aanvankelijk dacht ik aan een loodgewichtje, aangezien hij circa 120 gram weegt. Precies het gewicht van de vroegere ‘quarter pounder’, een kwart van een pond. Nadat ik het object schoongemaakt had was ik toch enigszins teleurgesteld. Er zat geen stadslogo ingegraveerd en ook geen gewichtsaanduiding.  Wat kan deze 30 mm hoge en 30 mm brede, zwartgeblakende staaf dan zijn? Ik heb toen een foto geplaatst in de Bodemvondsten-groep op Facebook.  

Loodbuskogel

Al snel kreeg ik een bericht. “Het zou wel eens een loden buskogel kunnen zijn.” Na wat googlewerk kwam ik terecht bij een eerder bericht van een conservator. Hij had in de begin jaren 80 in deze omgeving meegewerkt aan het conserveren van de metaalvondsten van de opgraving van Kasteel Voorst. Circa 2 km van de vindplaats.

En ja hoor, hij vermelde dat er daar toen meerdere “buskogels” of “donderbuskogels” gevonden zijn.

En daar kwamen ineens twee verhalen samen, want in de begin jaren 80, ik was een jaar of 8, opende onze nieuwe basisschool, De Akker, in de wijk Westenholte in Zwolle. Het was een spannende tijd, mede door de opgraving van kasteel Voorst, direct naast onze school.

Oude tijden kwamen tot leven en ik kan mij nog goed herinneren dat wij als gezin een bezoek brachten aan het Provinciaal Overijssels Museum om alle vondsten van het kasteel te bekijken.

Het kasteel was in de 13e en 14e eeuw in het bezit van de heren van Voorst. Diverse veldslagen werden er gevoerd. In juli 1324 stichtten de heren van Voorst brand in de stad Zwolle. Er bleven slechts negen huizen over. Er was voortdurende strijd tussen de edelen en de steden. De bisschop van Utrecht steunde de steden. Ook in de nacht van 14 op 15 oktober 1361 werd Zwolle in brand gestoken. Ditmaal omdat heer Zweder van Voorst verwachtte dat hij geen deel zou krijgen bij de verdeling van de drooglegging van Mastenbroek.

In 1362 trok bisschop Jan van Arkel samen met de steden Zwolle, Deventer en Kampen op tegen het kasteel. Na drie dagen werd de voorburcht ingenomen, maar het duurde vijftien weken voordat het gehele kasteel werd ingenomen. De heren hadden een veilige aftocht bedongen. Het kasteel werd wederom met de grond gelijk gemaakt. Hierna is het kasteel nooit meer opgebouwd. Eén van de slotdeuren is meegenomen door de belegeraars uit Kampen en is nog altijd te zien in het Kamper gemeentehuis.

loodbuskogel
Handbus

En nu ligt er in de gemeente Kampen dus nog een relikwie uit die tijd, namelijk een heuse loodbuskogel. De kogel werd overigens afgevuurd met een loodbus of handbus vuurwapen. Rest nog de vraag vanuit welk  kamp de kogel is afgevuurd, maar dat zal wel een raadsel blijven.

Meer informatie over  Kasteel Voorst lees je hier.

 

Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Voorst

Spoorzoekertje

In de zomermaanden van 2017 wordt het Kamperlijntje gereedgemaakt voor de komst van de elektrische trein. Een mooie reden om ook het spoor volledig te vervangen.

Voor mij dé gelegenheid om even langs het spoor te zoeken. Normaal is het not done om dat te doen. Maar naar wat zoek je dan eigenlijk? Naar gouden ringen van treinreizigers die op hun reis horen dat hun verkering uit is? Of naar die ene verloren duit van de spoorwerker uit vroeger tijden?

Kamperlijntje

Uiteindelijk heb ik best wel een boel gevonden. Heavy stuf allemaal. Vooral het stuk rails. Het is maar een klein stukje, maar wel loeizwaar. Toch wilde ik het mee naar huis nemen als relikwie van een stukje nostalgie. Maar ook erg handig als aambeeld. Heb er al menig stuk ijzer op bewerkt.

Eén van de roestige stukken ijzer bleek na schoonmaken een prachtig exemplaar van een spoorijzer. Ik vermoed uit de beginperiode van het Kamperlijntje. Dat moet zo rond 1865 zijn geweest. Prachtig handgeslagen ijzerwerk van zo’n 150 jaar oud. Heb wel wat medelijden met de ijzersmeders van toen. Wat een werk moet dat zijn geweest.

Spoorspijkers, links het gevonden exemplaar, rechts een voorbeeld.

Het ijzerwerk in het plaatje rechtsonder is wat ze noemen een “luchthandje”. Deze worden nog steeds gebruikt in het remsysteem van o.a. vrachtauto’s. Of mijn exemplaar van een vrachtauto is of van de dieseltrein durf ik niet te zeggen.

 

 

 

Meer info over het Kamperlijntje: http://www.hetkamperlijntje.nl/

 

 

Bommen en granaten

Gevonden in mei 2017
Slaghoed van een granaat uit WO1 (?)

Tijdens één van mijn zoektochten ben ik gestuit op een slaghoedje van een granaat uit de eerste wereldoorlog. Ik heb het gevonden in een berm aan de rand van de wijk Onderdijks in Kampen. Wie het destijds verloren heeft is nog een raadsel, maar wel heel bijzonder om het te vinden.

Het is afkomstig van een granaat met een diameter van 10 cm. Het slaghoed is van gietijzer en weegt circa 600 gram.

Tijdens een zoektocht aan de Zwartedijk heb ik ook een restant van een granaat uit de grond weten te redden. Een huls dit keer. Volgens de eigenaar van het opgehoogde perceel is de grond afkomstig uit de grachten van Onderdijks. Het lijkt er dus op dat er daar ooit aardig strijd is geleverd. Op internetfora wordt beweerd dat dergelijke granaten in de eerste wereldoorlog zijn gebruikt, maar Nederland was toch onafhankelijk?

Het betreft i.i.g. een granaathuls van circa 18 cm lang. Een kleintje dus, maar wel eentje die ik in complete toestand lekker zou hebben laten liggen.

Granaathuls uit Onderdijks

Soms tref je een boer die niet op je staat te wachten, maar in dit geval mocht ik lekker mijn gang gaan en werd ik zelfs uitgenodigd voor een kop koffie. De bewoners waren toevallig druk doende met de inrichting van hun Rustpunt voor passerende fietsers. Een moderne, dat zeker, inclusief oplaadmogelijkheid voor de elektrische fiets.

De gevonden wasbak, incl. afvoer, is hoogst waarschijnlijk afkomstig uit het oude stadscentrum van Kampen. 

Wasbak uit binnenstad KampenVoor nieuwsgierigen, ik heb hem bij het Rustpunt achtergelaten. Misschien staat ie er nog als herinnering aan vervlogen tijden. Of wellicht als drinkbak voor de hond des huizes die mijn graafwerk als zeer concurrerend heeft ervaren.

Emaille aan de IJssel

Ik heb dit voorjaar vele uren doorgebracht aan de uiterwaarden van de IJssel. Zicht op het mooie stadsfront van Kampen en luisterend naar het carillion. Op zoek naar… van alles en nog wat. En wat vind je dan: pannen en potten.

Niet geheel toevallig. Kampen is immers jarenlang gastheer geweest van de BK-pannenfabrieken. De geschiedenis van BK gaat helemaal terug tot aan 1851. In dat jaar begint Hendrik Berk in Kampen met het produceren van melkbussen, potten en pannen.

In 1891 slaagde zijn zoon erin de pannen van een beschermend laagje emaille te voorzien.

Geëmailleerde pan

Het was nog een beste klus om de pannen boven de grond te krijgen. Een kudde hijgende koeien in je nek maken het je niet gemakkelijker. Toch ga je door. Eerst zie je iets glimmen. De wildste gedachten maken zich dan van je meester. Is het een kistje? Voorzichtig maak je het gat groter en groter. Plots wordt duidelijk dat het om een pan gaat. Een heuse geëmailleerde pan. De deksel die ik erbij vind is helaas minder mooi.

Pannedeksel, gevonden in uiterwaarden bij Kampen

Of het een BK-pan is weet ik niet. Het verhaal gaat dat de IJsseloevers na de oorlog verbreed zijn met puin uit Rotterdam.

Ondertussen haal ik steeds meer gietijzeren scherven naar boven. Het lijkt wel een legpuzzel. Ik vermoed dat het een potkacheltje is geweest.

Potkachel

Iets verderop komt nog een tweede deksel naar boven. Dit keer wel geëmailleerd. Dit moet toch wel een echte BK zijn?

Meer informatie over BK

Pannedeksel