Bunkers in Burgh-Haamstede

Duitse wo2 bunker

Als je voor je gezin een vakantiehuisje boekt dan kies je voor een vakantie aan zee, in de bergen of in een uitdagende of gezellige omgeving. Ons huisje in Zeeland had voor mij eigenlijk alles voor een geslaagde vakantie. Strand op zo’n 2 km fietsen. Bergen in de vorm van duinen (en als je die 25% tegen de bult opgetrapt hebt weet je wat ik bedoel), de gezelligheid in de Zeeuwse dorpjes en stadjes en de uitdaging… jawel, in een drietal bunkers. Nou ja, uitdaging voor mij dan. Voor de man met de metaaldetector. Voor de metal hunter, de grote pieper, de verhalenzoeker.

In Frankrijk trof ik ooit al eens een ruïne, maar op welk vakantiepark vind je nog drie Duitse bunkers? Op Schouwenduin in Burgh-Haamstede, voorheen Haamstede.

Bij aankomst op het park had ik de eerste al gezien. Een groot blok beton met aan de bovenzijde een schietluik. De bunker moet wel van Duitse makelij zijn. Rond het jaar 1944 hebben de Duitsers de zogenaamde Atlantik wall aangelegd. Een groot aantal bunkers langs de Noordzee en Atlantische Oceaan ter verdediging van het Duitse Rijk. Veelal bestaande uit een bunker met zicht op zee ondersteund door een aantal bunkers die verder landinwaards gebouwd zijn. Ik vermoed voor de bevoorrading van de fronttroepen en natuurlijk als rugdekking. In Burgh-Haamstede vind je deze opstelling ook terug. De bunker in de duinen is zelfs Historisch Erfgoed. Die op het park vind ik nergens terug. Vergeten verleden. Niet als het aan mij ligt.

Lijst met gesneuvelde soldaten

In de oorlog is er hard gevochten in Haamstede. Een dikke dertig mannen uit dit dorp zijn gesneuveld. Hun namen kun je lezen op de herdenkingsplaats in het nabijgelegen Zierikzee. Om even stil van te worden. Je vraagt je dan natuurlijk direct af of er ook soldaten gesneuveld zijn in de buurt van de bunkers.

Nadat ik eerst op het strand ben wezen zoeken (zie eerdere blog) kon ik het natuurlijk niet laten om ook de bunker aan een bodemonderzoek te onderwerpen. Gewapend met mijn detector loop ik richting de bunker. Plots stuit ik op een groot hek. Gesloten, maar niet op slot. En tot mijn verbazing zie ik achter het hek, verscholen in het bos nog twee bunkers staan. En rondom de bunkers tref ik een fitnessparcours. Dat is interessant. Nee, niet die hindernissen, maar de wetenschap dat hier 75 jaar geleden gevochten is. Ik kijk om mij heen, maar er in niemand te zien. Snel open ik het hek en betreed de war zone. Even een proef piep doen, dat mag toch vast wel? Toch? Ik richt mijn lans naar de grond en schrik van de harde tonen uit mijn apparaat. Snel demp ik de toon waarna ik begin met graven. Bingo, ik tover een zilveren theelepeltje uit het mulle zand.

Zilveren theelepeltje

Zouden de Duitsers dan met zilveren bestek de oorlog in worden gestuurd? Nein, naturlich nicht. Ook zij kregen natuurlijk zo’n 4-in-1 opvouwbaar soldatenbestek mee. Het zilver is afkomstig van de rooftochten in de regio. Ik kan er nog kwaad over worden. Ik moet verder zoeken. Wie weet ligt er meer. De plaats delict is in ieder geval nog niet volledig doorzocht, al getuigen de vele graffiti-uitingen wel van naoorlogs bezoek aan dit afgeschermde deel van het duinpark.

Even verderop vind ik twee kogelhulzen. Het lukt mij niet om mijn ogen scherp te stellen. Komt vast door de spanning. Of gewoon door die f#*king kleine lettertjes achterop de patroonhulsen. Met moeite ontcijfer ik de letter “p”. Die duidt op een Duitse munitiefabrikant.

Twee wo2 patroonhulzen

Voor vandaag genoeg. Ik wil mijn zoek-credits bij mijn vrouw niet verspelen door te lang weg te blijven. Heb haar niet verteld dat ik op metaaljacht zou gaan. Zou slechts even rondje park doen.

In ons huisje aangekomen toon ik trots mijn zilver aan mijn lief. De reacties zijn allang niet zo enthousiast meer als bij mijn eerste vondsten. Daar moet ik maar mee leren leven. Ieder z’n hobby zullen we maar zeggen. Maar ik ben blij en mijn vakantie kan al niet meer stuk. Daar plukt zij ook de vruchten van.

Een paar dagen later hebben we een ‘lekker-niks-doen-dag’. Ok, dan ga ik lekker niks doen bij de bunkers. OK? OK. Maar dit keer wil ik wel eerst toestemming hebben. Zo hoort het ook.

Ik bepakt met detector, schepje en pinpointer naar buiten. Komt net een ietwat gezette man op een trekkertje langs. Dat moet de parkbeheerder zijn. Ik spreek hem aan en vraag of ik bij de bunkers mag zoeken. Hij twijfelt. De voormalige camping is door de EOD op bommen onderzocht (met als resultaat heel veel tentharingen), maar het stuk bij de bunkers niet. Ik maak hem duidelijk dat ik een ervaren zoeker ben en weet wat te doen als… Je wilt ook niet dat kleine kinderen er met de granaten vandoor gaan, zoals ze dat met magneetvissen soms doen grap ik nog quasi lollig. “OK, ga je gang”. Ik bedank hem vriendelijk en spoed mij naar het front.

Duitse WO2-bunker

Eerst onderzoek ik de bunker op mogelijke geheime gangen of soldaten-teksten op de muren. Niks van dat alles. Misschien vind ik ergens een metalen luik naar een ondergrondse wereld. Kom ik straks in de bunker verderop in de duinen weer naar boven. Dat zou wat zijn. Als ik maar geen scherpte munitie vind. Da’s zo’n gedoe man.

Ik start mijn zoektocht naar edele metalen. Er zit genoeg troep in de grond. Van Unox-blikjes tot Durex-folies. Kennelijk zijn er eerder mensen op zoek naar avontuur geweest. Gezellig picknicken.

Al snel vind ik een vogelring. Deze heb ik later aangemeld bij Griel. Het bleek van een in 1985 geringde scholekster te zijn geweest. Die beesten kunnen wel 46 jaar worden. Dat weten ze door het ringen van vogels. Hoe oud deze ekster geworden is weet ik niet, maar in ieder geval geen 46. Zouden scholeksters ook dol op blinkertjes zijn?

Hagelpatroon

Iets verderop vind ik een patroonhuls met een dubbele “16” en “Made in Holland” erin gestanst. Blijkt afkomstig te zijn van de N.V. Nederlandse Wapen- en Munitiefabriek ‘De Kruithoorn” uit ‘s-Hertogenbosch. Deze fabriek heeft bestaan van 1948 tot 1998. Geen oorlogsverleden dus, maar waarschijnlijk door een jager gebruikt om op fazanten of hazen te jagen. Beetje laf zo vanuit een bunker.

Patroonhuls Brits

Verder vind ik ook nog een Britse huls, afkomstig van de Eley Kynoch-fabriek uit Birmingham, Maar als klap op de letterlijke vuurpijl vind ik een onderdeel van een Britse rookgranaat.

Het gaat om de middelste van drie messing ringen van de ontsteking. Met deze rookgranaat zijn de Duitsers in 1945 uit hun bunkers verdreven, waarna de geallieerden ze met grondtroepen hebben verslagen. Zo moet het zijn gegaan. Zo wil ik dat het is gegaan.

Verder vind ik nog een verwrongen stuk metaal dat wel iets weg heeft van een vlaggemasthouder, maar het kan natuurlijk net zo goed iets anders zijn. Lijkt mij niet van de survivalvereniging. En ook niet van het stelletje dat hier bij de bunkers hun eigen verzetje heeft gehad.

 79 total views,  1 views today

Zoeken aan zee

Door de corona-crisis hebben we besloten om onze vakantie naar Zuid-Frankrijk te annuleren. Dan blijven we maar een jaartje thuis. Maar het liep toch anders. Oud VWO-klasgenootje Mariska gooide haar net opgeleverde duinvilla in de verhuur. Bingo, gelijk geboekt en drie weken later zaten we in het mooie Zeeland. In Burgh-Haamstede om precies te zijn.

Natuurlijk had ik mijn piepstok meegenomen en vooraf met mijn vrouw een deal gesloten. Ik zou deze week twee sessies op pad gaan. Ik weet van mijzelf dat ik zonder afspraak overgeleverd ben aan de verslaving die de metaaldetector in mij aanwakkert. Prima afspraak. Zo heb ik mijn pleziertje en ben ik ook nog eens leuk reisgezelschap.

De vakantie begon vrijdags met windkracht 7. Niet ideaal om op het strand te gaan zoeken. Ook mooi, maar zeker niet relaxt. Maandags zou het beter worden. Als een klein kind verheugde ik mij op die dag en ja hoor, ik was al om 5.30u wakker die morgen. Nog even omdraaien, maar feitelijk voelde dat als zonde van mijn kostbare zoektijd. Toch maar opstaan. Broodje smeren en hup op de fiets naar Renesse. Daar was de meeste kans om muntjes te vinden had ik zo ingeschat.

In Renesse aangekomen was het gelijk genieten. Wat een prachtige zon. Al zou ik niets vinden dan zou mijn ochtend toch al geslaagd zijn.

Helaas was het strandpaviljoen nog dicht dus op de koffie moest ik nog even wachten. Het was immers net 6:30u en ik was de enige op het strand.

OK, alles in gereedheid gebracht om te gaan lopen. Maar hoe dan? Het strand is zo groot en alles doorzoeken is geen optie. Ik besloot bovenlangs te lopen. Daar liggen toch de zonaanbidders als het mooi weer is.

Het eerste begin viel een beetje tegen. Wat ik ook vond, geen bodemschatten. Slechts bierdoppen vielen mij ten deel. Vele merken heb ik uit het zand getoverd. Jammer.

Dan nog maar een foto maken. Ondertussen groette ik de eerste hardlopers en even later werd ik bijna van mijn sokken gelopen door een stoet met paarden met kinderen erop die waarschijnlijk ook van de spanning maar kort hadden geslapen. Ging gelukkig net goed. Was ook mijn eigen schuld. Met de koptelefoon op het hoofd en turend naar de grond naar het goud dat maar niet gevonden wilde worden. Dan zie je wel eens een paard over het hoofd. Of twee, of tien.

Na zo’n 500 meter zoeken ben ik weer omgekeerd. Slechts 2 eurocentjes rijker. ‘Don’t quit your dayjob zeggen ze vaak tegen mij.’ Nee, van schatzoeken word je niet rijk. De kans is in ieder geval klein.

Gelukkig had ik de terugweg meer geluk en vond ik nog eens 5 muntjes. Ook allemaal nieuw geld. Een 5 eurocent, een aantal 20 eurocenten en warempel ook nog een euro. En wat onbeduidende koperfragmentjes.

Verder weer een groot aantal bierdoppen. We kunnen stellen dat Zeeland niet alleen erg mooi is, maar na mijn zoekactie ook meteen een stuk schoner.

Strandvondsten Renesse

Na twee uur zoeken keerde ik terug naar de Duinvilla waar mijn kinderen net ontwaakten. En mijn vrouw had al lekkere warme broodjes gehaald. En ook dit ontbijtje ging er goed in. Op naar zoeksessie 2.

 56 total views

Meteoriet of MeteoNiet?

Meteoriet?

Deze week komt De Papenacker weer uit. Het wijkblad van Spoolde waar ik de naamgever en initiatiefnemer van ben. Eén van de redactieleden heeft mij gevraagd om iets over mijn hobby te vertellen. Nou dat wil ik wel. Leuk om iets over je passie met anderen te delen.

In het artikel schrijf ik dat passie iets is waar je energie van krijgt, zonder dat het stressvol wordt. Helaas moet ik deze woorden rectificeren. Hieronder lees je waarom.

Het verhaal begint in Mastenbroek bij Jan en Anita. Jan is boer en Anita ken ik nog uit Spoolde. Onze oma’s waren vriendinnen aan de Meenteweg. Afgelopen vrijdag heb ik een paar uur rondom de boerderij gezocht naar edele metalen. Naast de hoefijzers vond ik een mooie deksel van een theekan van de oma van Jan’s moeder. Hoe bijzonder.

Mijn laatste hit was een aparte. Een blok metaal van een centimeter of 15. Of was het misschien een steen? Heel apart was het zeker.

Thuis heb ik het object gewassen en gewogen. Opvallend weinig roest. Wel een soort van bruine korst aan de buitenkant. Eén kant was zilverkleurig. Nog best een zwaar ding. Zo’n 1.400 gram.

Wegen is weten

Ik heb hem meteen aan mijn Facebook-bodemvondstenvrienden laten zien. De reacties waren divers. Een aantal dachten ijzerslak, maar er waren er ook die zeiden dat het een meteoriet kon zijn en dat ik direct de autoriteiten moest waarschuwen.

Eerst maar eens het soortelijk gewicht berekenen. Daaraan kun je afleiden wat voor soort metaal of steen het is. Ik aan de slag met een maatbeker en na enige vindingrijkheid kon ik aflezen dat mijn vondst een inhoud had van 670 cm3. Het soortelijk gewicht was dus 2,1. Dat duidt niet op een metaalsoort. Die zijn over het algemeen veel zwaarder. Het moet een steen zijn met iets van ijzer van binnen.

Ik app een bericht aan mijn broer. “Kijk eens wat ik gevonden heb? Een meteoriet! Gevonden in Mastenbroek. “Al snel krijg ik een reactie terug. “Whopa! Daar is in de buurt een meteoriet neergekomen vorig jaar, remember?

Ergens in mijn achterhoofd begint er iets te dagen. Ik Google op ‘meteoriet’ en ‘Hasselt’ en ja hoor. Een groot aantal artikelen berichten over ‘mijn meteoriet’.

Alles klopt:

+ Hij is ongeveer een meter lang geweest, maar waarschijnlijk is hij nu tussen de 10 en 20 cm. Check. De mijne is 13 cm.

+ Hij heeft een doffe, bruine kleur. Check.

+ Er zit een korstje omheen. Check.

+ Hij ligt in een straal van 5 km rondom Hasselt. Check.

+ Oordeel van mijn collega bodemzoekers. Check.

Ik start een onderzoek op internet en vind een vergelijkbare ‘steen’. Nu ben ik echt overtuigd.

Ok, nog één testje dan. Ik neem mijn trofee mee naar mijn schuurtje en geef het ding een klap op zijn kop. Mocht het een gewone steen zijn dan breekt hij wel en kan ik de binnenkant bekijken. Ik sla een deuk in de korst. Een soort zwart grafiet wordt blootgelegd. Logisch, aangezien het op zijn reis door de dampkring aardig in de brand heeft gestaan. Maar de binnenkant is letterlijk ‘keihard’. Ook sla ik er nog een hoekje van de voorkant vanaf. Aan de binnenzijde ziet het zwart. Heb ik nu iets doms gedaan? Een object van miljarden jaren oud kapot geslagen?

Mijn vrouw ziet het anders. “Stel dat ze hem komen ophalen, dan heb je in ieder geval het hoekje nog“.

DIT IS EEN METEORIET. De 7e in Nederland. Op 28 juni 2019 met een flits en een knal naar de aarde gekomen om door mij gevonden te worden. Ik ben een bevoorrecht mens.

Kijk en vergelijk

En nu? Moet ik iemand bellen? In het artikel in De Stentor verwijzen ze naar een meteorietenteam uit de Randstad dat op zoek is naar mijn meteoriet. De professor die in de krant geciteerd wordt doet een beroep op alle boeren in de regio om vreemde stenen bij hem aan te melden.

Hij schrijft ook dat er hunters op zoek zijn om hem vervolgens duur te verkopen. Ik lees vergelijkbare artikelen uit Amerika. Sommigen gaan voor meer dan een miljoen dollar over de toonbank. Dat is niet wat ik voor ogen heb. Ik geef bloed en ben donor, dus dan past het niet om de wetenschap een loer te draaien. Of doe ik nu mijzelf te kort? De boer en zijn vrouw zijn overigens voor de helft eigenaar. Ik zal ze morgen bellen.

Maar misschien kan ik wel de fotorechten verkopen. Ik zie veel foto’s van meteorieten op internet met een (c) achter de naam. Dan moet De Stentor maar gaan betalen voor dit wereldnieuws. En De Telegraaf en de NOS…

Ik besluit de professoren een mail te sturen. Ze zijn verbonden aan Naturalis. Dat voelt wel ok. Mijn schoonfamilie komt immers uit Leiden. Daar is mijn meteoriet vast in goede handen. Ze mogen hem lenen voor de wetenschap. Voorlopig voor 6 maanden staat in de archeologiewet.

Ondertussen gaat mijn hartslag steeds een beetje omhoog en vertel ik de kinderen over de mogelijke komst van de media naar IJsselmuiden. Ook stuur ik een bericht naar mijn bodemzoekvrienden op Facebook.

De meteoriet heeft een mooi plekje gekregen in het raamkozijn in de keuken. Daar waar ik altijd mijn toonbare vondsten etaleer. Het is een ereplek voor eremetaal. Voor deze steen maak ik graag een uitzondering.

Bij nader inzien toch niet zo’n goed idee. Wat als iemand hem bij ons komt zoeken? Zitten er wellicht wat minder ethische vrienden in mijn Facebookgroep. Dat is dan Dag schat! Ik verwijder uit voorzorg direct al mijn met trots geplaatste berichten van Facebook. En de meteoriet, die gaat mee naar de slaapkamer. Ik ben bereid hem met hand en tand te verdedigen.

Die nacht slaap ik slecht. Hoezo passie zonder stress? Ik ben totaal in de ban van de steen. Hoe zal het gaan de komende week? Wanneer zullen die professoren van zich laten horen? De universiteiten zijn tijdens de corona-crisis dicht en in Naturalis kun je nu ook een spelt horen vallen. Ze zullen toch wel thuiswerken?

De volgende morgen bel ik Anita. Ga even zitten, ik moet je wat vertellen. De telefoon gaat op de boerderij op de speaker en aan de andere kant zijn ze zeer verheugd over het nieuws. “Zal het echt zo zijn?” Ik denk het wel. Alles lijkt erop dat het hem is.

Als we naar bed gaan staart het miljarden oude stukje sterrenstof ons een beetje angstwekkend aan. Wat als hij nog radioactief is? Ik heb gelezen dat het na een jaar weg is. Maar deze is nog geen jaar op aarde. Zou onze zoon daardoor zo’n buikpijn hebben? Ok, hij verhuist naar de logeerkamer. Alsof dat helpt, maar toch. ’s Nachts meldt ook onze dochter zich bij ons. “Ik heb ook buikpijn“. En bedankt. De rest van de nacht geen oog meer dichtgedaan.

Zondags vind ik op internet ook een mobieltelefoonnummer van de KNVWS, de Koninklijke Vereniging van Weer- en Sterrenkunde.

De volgende dag bel ik het meldpunt. Mij wordt verzocht foto’s en vindplaats te appen. Ik stuur een aantal foto’s en de straatnaam van de vindplaats. Het huisnummer geef ik niet. Je weet maar nooit. Ik vertrouw niemand meer. De volgende ochtend zou ik bericht krijgen.

Op werk aangekomen wacht de ISO-auditor op mij. Het eerste kwartier gaat op aan mijn verhaal. Iedereen wil het bijzondere verhaal maar wat graag horen. Da’s eens ander nieuws dan het corona-nieuws. Mijn manager grapt nog dat ik wel mijn opzegtermijn in acht moet nemen. Gelukkig een kwartiertje minder voor lastige vragen.

’s Avonds app ik Anita dat ze alvast moet gaan nadenken over de mogelijke publiciteit die de vondst kan gaan generen. Er zijn nog een aantal stukken kwijt, dus het is niet onbedenkelijk dat gelukszoekers bij nacht en ontij op hun land zullen gaan zoeken. Mijn bezorgdheid wordt op prijs gesteld. Ze vraagt mij naar de kans dat het hem is. Ik denk 95%, vertel ik haar.

De volgende ochtend zie ik dat de man van het meldpunt al om 5:30u naar mijn bericht heeft gekeken. De spanning neemt nog meer toe. Natuurlijk is het voor hen ook zeer belangrijk en spannend. Dan kun je wel professor zijn. Het zijn ook gewoon mensen met een passie. Aan de hand van deze meteoriet kunnen ze veel te weten komen over het ontstaan van het zonnestelsel.

Precies om 12:00u zie ik een app-bericht op het scherm van mijn telefoon verschijnen. Het is van de Werkgroep Meteoren van de KNVWS.

Ik heb de foto’s nauwkeurig bekeken en het gaat helaas niet om een meteoriet”. “De korst is ontstaan door verhitting bij een relatief lage temperatuur. Ook is de soortelijke massa te laag voor een meteoriet. Het zal een slakproduct zijn“.

Wat een domper. Het is dus een meteoNiet. Maar dat het om slak gaat gaat er bij mij niet in. Daar heb ik de oudijzerbak mee vol liggen en ijzerslak ziet er heel anders uit. Het is een restproduct van bedrijven als Hoogovens en wordt veel gebruikt in de wegenbouw. Meestal is slak magnetisch. Mijn steentje is dat niet.

’s Middags ontvang ik ook bericht van de professor van Naturalis. Ook hij denkt dat het geen meteoriet is. Hij denkt dat het een steen is van een oude oven of vuurplaats. Dat zou het zwarte grafiet kunnen verklaren. Maar waarom dan een signaal van mijn metaaldetector?

Betonsteen met metaalsporen

Ik besluit dat het een goed idee is om mijn teleurstelling te richten op de meteoNiet. Samen vertrekken we naar het vertrouwde schuurtje. Even twijfel ik, maar dan gaat de zaag erin. Dat gaat echter niet. Keihard is het. Dan pak ik de moker en langzaam openbaart zich een oude steen. Geen slak dus, maar de professor van Naturalis heeft gelijk. De mooie kleurtjes aan de binnenkant herken ik van onze vuurton. Het zal iets van koper zijn.

Over koper gesproken, daar hoeven we ons in ieder geval niet meer druk over te maken. Tenminste, voorlopig. Ik heb nog 30 ha om af te zoeken, maar wacht nog even een paar maanden want dan zal de radioactiviteit wel weg zijn. En dan is het vakantie. Misschien wordt het wel kamperen bij de boer dit jaar.

 170 total views

Herinneringen aan de 2e wereldoorlog

Bevrijdingsdag 2020

Het is vandaag 17 april en ik heb zojuist de vlag uitgehangen. Vandaag vieren we in Kampen 75 jaar vrijheid.

In het dagelijks leven staan we steeds minder stil bij wat er 80 jaar geleden gebeurd is. Nu zijn we druk met de strijd tegen het corona-virus. Toch wil ik van de gelegenheid gebruik maken om deze tijd te gedenken door middel van één van mijn vondsten uit die tijd.

Een paar weken geleden heb ik met mijn metaaldetector gezocht in Oldebroek. Ik vond een zandpad in een bosrijke omgeving. Een mooie locatie om eens aan een bodemonderzoek te onderwerpen.

Al snel vond ik er twee patronen. Het bijzondere aan deze dodelijke voorwerpen was dat ze niet afgevuurd waren. Ze waren verloren in de strijd.

Partroon uit WO2

Mijn zoekershart sloeg wel een paar keer over. Kennelijk was er op die plaats ergens in het verleden strijd geleverd. Maar door wie? En zijn daarbij mensen gesneuveld?

En meteen volgt dan ook de praktische vraag: hoe gevaarlijk is zo’n patroon eigenlijk? Moet ik direct de EOD bellen? Ik maakte snel een risico-analyse en besloot de kogels voorzichtig mee te nemen om ze thuis nader te onderzoeken.

Als leek op het gebied van soldatenspullen (ik zat in de eerste lichting die niet meer in dienst hoefde), startte ik mijn online onderzoek. Ik had twee belangrijke vragen: 1. Uit welke periode waren de kogels? 2. Door wie zijn ze verloren, door de geallieerden of door de vijand?

Slaghoedje patroon 1

Het antwoord op deze vragen is te vinden door de codes op het slaghoedje te ontcijferen.

Op de ene staat: P151 S* 3 38 op de andere HL 1918 V II .17 Tot zover voor mij nog abra cadabra. Gelukkig vind ik op internet een fraaie uitleg en precies eentje die één van mijn patronen beschrijft.

Uitleg patroon 8×57 Mauser.

Het blijkt te gaan om een Duitse patroon, genaamd 8×57 Mauser, gemaakt in een springstoffabriek in Nürnberg in 1938. Het patroon is 57mm lang, zonder de kogelpunt.

Ik had natuurlijk de hoop dat de kogel van de geallieerden zou zijn geweest, maar dat is duidelijk niet het geval.

Lijst met Duitse munitiefabrieken.

Nu nog uitvinden met welk wapen er geschoten is. Daarvoor moeten we op zoek naar een overzicht van de wapens die de Wehrmacht ten tijde van WO2 gebruikten. Kijk je dan naar het munitietype 7,92x57mm Mauser, dan is het het meest aannemelijk dat deze Duitse soldaat een Mauser Gewehr 98 (of 98K) heeft gehad. Het is een grendelgeweer, dat wil zeggen dat nadat een schot is afgevuurd, de volgende patroon door middel van een handbediende grendel in de kamer moet worden geduwd. Er kunnen 5 patronen tegelijk in het geweer. De Mauser werd in de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt door de Duitse militairen.

Het goede nieuws is dat de kogel niet afgeschoten is en dus geen slachtoffer heeft gemaakt.

De determinatie van de andere kogel is een stuk lastiger. Het lijkt erop dat hij gemaakt is in 1918, maar veel verder ben ik nog niet gekomen. Dat wordt een heel ander verhaal.

Maar goed, in de week van de bevrijding zit ik dus met twee onafgevuurde patronen in huis. Niet echt veilig, bovendien ook niet toegestaan. Ook daar kwam ik achter tijdens mijn onderzoek. Ik moest zo snel mogelijk van die dingen af. Maar waar laat je ze dan? Op deze vraag is maar één goed antwoord, bij de politie.

Afgelopen woensdag vond de overdracht plaats. Een rechercheur in burger kwam ze halen. Ik had ze netjes in een keukenrol gewikkeld en in een plasticzakje gedaan. Heel voorzichtig en keurig met handschoentjes aan heeft hij ze bekeken. “Inderdaad goed dat je gebeld hebt “, zei hij. “We bergen ze op in onze munitiekluis en geven ze later mee aan de EOD die ze dan onschadelijk maakt”. Ik was blij dat ik ervan af was.

De volgende dag sprak de buurman mijn aan. “Wat was dat gisteren bij jullie? Politie aan de deur?”Hun jongste zoon had de ‘geheime’ overdracht gezien en liet zijn fantasie de vrije loop. Hij zag mij een wit goedje overhandigen aan een man met handschoenen aan. Zou de buurman in drugs handelen? Nee hoor. De buurman heeft gevochten met de Duitsers en hij heeft ze onschadelijk gemaakt door ze hun munitie af te pakken. Maar nu is het weer veilig hoor! De vlag kan uit.

 91 total views

Rijwielbelastingplaatje en meer poldervondsten

Ik heb een nieuwe metaaldetector gekocht. En die hebben we direct maar even grondig uitgeprobeerd. Ik zeg “we”, want dit keer heb ik mijn broer meegenomen. Ik met de nieuwe, hij met mijn oudje. Ruud is expert op het gebied van genealogie. Ik zoek in de bodem en hij zoekt tot de bodem uit wie waar geleefd heeft. Zo vullen we elkaar mooi aan.

Dit keer hadden we al binnen een kwartiertje beet. Ik haalde een koperen plaatje naar boven. Even wennen aan de nieuwe tonen, maar deze klonk als muziek in mijn oren. Het bleek een rijwielbelastingplaatje (RWB-plaatje) te zijn. En het werd nog leuker toen de cijfers 1 – 9 – 4 – 0 I 1 – 9 – 4 – 1 tevoorschijn kwamen. Het bleek een plaatje uit de tweede wereldoorlog te zijn. Niet zeldzaam, maar wel heel bijzonder.

Rijwielbelastingplaatje 1940 I 1941

Op 1 augustus 1924 werd in Nederland het rijwielbelastingplaatje ingevoerd.
Iedere fietser, op wat uitzonderingen na, zoals kinderen, gehandicapten en de PTT-postbode, moest belasting betalen voor zijn tweewieler door een metalen plaatje te kopen dat op de fiets bevestigd moest worden.
Ach, dat vervloekte fietsplaatje.
Het behoort nu al weer bijna 80 jaar tot de voltooid verleden tijd. Mijn vader wist zich ook nog te herinneren dat opa hem erover had verteld. Het ware bijzondere plaatjes, aangezien men er jaarlijks voor in de rij moest staan om een plaatje te kopen en vanwege de constante vrees voor diefstal, de controle en vanwege de werklozen – plaatjes met een gat erin. Dat was bij dit exemplaar niet het geval.

Het einde van het fietsplaatje kwam op 1 mei 1941 , tot vreugde van iedereen , al was het een gedempte vreugde omdat het een Duitse maatregel was. (bron: www.fietsbelasting.nl)

Het gevonden exemplaar is dus van één van de laatste versies.

Overzicht van alle vondsten van 11-4-2020

Wat we verder nog vonden lijkt niet erg van historische waarde te zijn. Zo vond Ruud een mollenklem en diverse onbeduidende metaalfragmenten. Ook leuk zijn de twee hoefijzers. Beide van een groot paard, waarschijnlijk als trekpaard gebruikt door Jan’s grootvader.

Verder vonden we nog een aantal klompen ijzerhoudend materiaal. Deze worden ook wel ijzeroer genoemd.

IJzeroer wordt vooral aangetroffen in en langs beddingen van rivieren en beken in Zuid- en Oost-Nederland. De voornaamste vindplaatsen zijn bodems die de ideale omstandigheden bieden voor de vorming van ijzeroer. Hieronder vallen vooral de dekzandgebieden in Overijssel, Noord-Brabant en Gelderland en de veengebieden in Drenthe en Groningen. (bron: IJzeroer – Geologie van Nederland).

Het vinden van ijzeroer in onze regio is niet zeldzaam. Ik heb er al veel van gevonden.

Toen we na ruim twee uren zoeken weer huiswaarts wilden gaan vond Ruud nog een zakmes. Half vergaan, dat wel, maar toch goed herkenbaar.

Zakmes

Al met al was het een leuke middag. Leuk om weer eens een middag met mijn broer op pad te zijn geweest en ook leuk om te weten dat ik met deze hobby weer een verhaal heb weten te maken dat weer andere mensen kan inspireren.

We komen graag nog eens terug, want het kan niet anders dan dat er hier veel meer verborgen verhalen in de grond zitten.

En dan komen we misschien wel op de fiets. Op onze belastingvrije fiets…

Nawoord 18-4: Inmiddels heb ik enkele vondsten schoongemaakt. Ik heb nog geen 100% determinatie, maar één van de vondsten lijkt op een gewicht in de vorm van een koe (ca 300 gr.). Het voorwerp met de ovale vorm zou een fotolijstje kunnen zijn (iets anders in ovale vorm kan ik niet bedenken).

Gisteren weer een paar uurtjes terug geweest. Nu vond ik naast twee hoefijzers wederom een zakmes, maar ook een geëmailleerde deksel en een zeef. Het blijkt het deksel van een theepot te zijn geweest. Het zeefje hoorde er ook bij. In de jaren 50/60 kreeg deze boer een theepot mee naar het hooiland. Mooi dat deze vondst weer een herinnering tot leven heeft gebracht.

 74 total views

Zuurkool uit ’t Loo

Als metaaldetectorist is het de kunst om die plekken te vinden waar in het verleden mensen hun afval gedumpt hebben. De zogenaamde stortjes noemen wij die spots. In ’t Loo heb ik ook zo’n plek gevonden. Randje bos, randje weiland.

Bospad in 't Loo
Bospad in ’t Loo

Het was een bijzondere zoekdag zo half november 2019. Ik liep lekker te zwaaien toen zich opeens een collega zoeker meldde. Hij voelde zich verrast door mijn aanwezigheid op het bospad. Ik vond het geen enkel probleem om samen te zoeken. Ook wel eens gezellig. Hij was net begonnen aan zijn nieuwe hobby en had best wel een dure detector gekocht. De mijne, inmiddels 4 jaar oud, een instapmodelletje en aan vervanging toe. Dat was dus een mooie gelegenheid om eens te kijken of zo’n geavanceerd apparaat ook wat voor mij kon zijn.

We liepen samen op, echter zonder iets interessants te vinden. Wel viel mij op dat hij veel meer hits had dan ik. We haalden beiden de standaard zoekrommel naar boven, maar helaas geen bijzondere vondsten.

Toen ik weer richting de auto wilde gaan had ik beet. Een groot stuk metaal, rond gevormd, spannend wat het zou zijn. Het bleek een zinken emmer te zijn. Nog best een klus om hem uit te graven, maar ach, met z’n tweeën wat het ook zo gepiept. Eenmaal boven de grond bleek het een drie-dubbele vangst te zijn. In de emmer zat een oude pispot en een halve molensteen. Duidelijk een stortplaatsje.

Vondsten stortje ’t Loo

Dat was een leuke afsluiter van de dag. We besloten vaker met elkaar te gaan zoeken.

Wat het detectoronderzoekje betreft, voor mij was duidelijk geworden dat een duur apparaat voor mij geen meerwaarde zou hebben. Te veel toeters en bellen leidt te veel af.

Thuis aangekomen kon het schoonmaken beginnen. Die molensteen was duidelijk, alleen jammer dat ie door de helft was. Aan de ronding was duidelijk te zien dat hij zijn draaiuren wel gemaakt had. Je ziet de slijtsporen van een band of een riem. Zou best eens van een molen afkomstig kunnen zijn.

Toen de zinken emmer. Op zich zien we die nog steeds, tot zover niets bijzonders , echtr deze emmer had twee bijzondere karakteristieken. Ten eerste de buitenbekleding. Het was overduidelijk aan de houtresten te zien dat er een houten laagje omheen had gezeten. Ten tweede de binnenkant. Deze was van onderen smaller en voorzien van een ge-emailleerde laag. Net als de pispot. Zou het een pis-emmer zijn geweest? Maar waarom dan een pispot en een pisemmer te samen? En waarom dan enkel de onderzijde voorzien van emaille? Hmm, dat moeten we nader onderzoeken.

Het is ook goed mogelijk dat er een functionele band is tussen de molensteen en de emmer. De steen paste er mooi in. Zou het dan wellicht een soort wekemmer zijn geweest, bijvoorbeeld voor het fermenteren van de kool? Mijn ouders hebben een fraaie boogkelder onder de boerderij en mijn oma had daar ook altijd een grote steen liggen voor het maken van zuurkool. Dat was een basaltblok, een steensoort die geen vocht opneemt.

Bingo. Op internet vind ik een mooi plaatje van een zuurkool-fermentatieopstelling.

Zuurkool fermenteren m.b.v. een molensteen

Dus dat verklaart ook waarom de steen door de midden is.

Al met al een mooie determinatie zoals wij dat noemen. Ik schat in dat de emmer, steen en pispot ergens halverwege de 20e eeuw begraven moeten zijn. Dat is in de tijd dat opoe Van ’t Ende in deze buurt gewoond heeft. Voor ons, achterkleinkinderen beter bekend als opoe Oldebroek. Grote kans dat zij op deze manier haar zuurkool heeft gemaakt.

Inmiddels heb ik een nieuwe detector aangeschaft. Het is de Quest Q20 geworden. Een eenvoudig, maar betrouwbaar apparaat voorzien van de nieuwste techniek, maar eenvoudig in de bediening.

En mijn oude detector, die mag met pensioen. Naar de stort kan altijd nog…

 64 total views

Analoge km-teller

Waar je ook zoekt, je vindt altijd wel wat. Maar het vinden is geen doel op zich. Het is al heerlijk om samen met onze Jack Russel de weide wereld in te gaan. Hij op zoek naar hazen, mollen, bijen, vlinders of wat er ook maar aan zijn neus voorbij komt. Ik op zoek naar goud, zilver of wat er ook maar voor mijn ogen komt. Ons motto: ieder z’n ding, maar geniet ervan.

En dat genieten is niet afhankelijk van de ouderdom van mijn vondsten. In het geval dat ik hier wil beschrijven gaat het niet om historische waarde, meer meer om dat idee dat wij als veertigers best wel veel ontwikkeling hebben meegemaakt. Ik noem de omslag van een analoge maatschappij naar het digitale, draadloze tijdperk.

Zie hier een VDO km-teller. Opvallend is dat de schaal tot maximaal 160 gaat. En de analoge teller tot 99.999. Onze ouders waren vroeger super trots als ze konden zeggen dat hun auto meer dan een ton gelopen had. Inmiddels is dat al lang geen mijlpaal meer. Mijn vrouw belde van de week dat ze pech had en bij de McDonald’s stond. Auto wilde niet meer starten. De gebelde ANWB vertelde haar dat het nog de eerste accu was. Met 260.000 km op de teller kun je spreken van een mooie prestatie, toch?

Van welk type auto zal deze km-teller geweest zijn? Misschien een VW kever? Of misschien van een Ford Escord? Blijft mooi spul, zelfs met de roestaanslag. Het heeft wel wat , vind je niet?

 67 total views

Klok en hamerspel

Iedereen heeft wel eens zo’n dag dat je er even doorheen zit. Maar niet iedereen heeft een manager die dan roept, “Arnold, ga lekker naar huis en een uurtje piepen. Even lekker je hoof leegmaken.” Ik wel. En gelukkig heb ik altijd mijn metaaldetector in de achterbak van mijn auto liggen.

Zo ook die bewuste vrijdagmiddag half drie. Op weg van Eerbeek naar IJsselmuiden neem ik bij Hattem de afslag naar het bos. Ik parkeer mijn auto op een zandweg en begin met lopen. Helaas weinig succes. In dit bos liggen geen metalen. Dat bleek niet helemaal waar, want toen ik weer vlakbij de auto was had ik een mooie piep. Het bleek een schildje te zijn dat op een houten plankje bevestigd had gezeten.

Er kwam zowaar een mooie afbeelding van een klok onder het zand vandaan.

Object is ca 7 x6 cm groot. Het lijkt erop dat het uit een plaat koper gestanst is. Prachtig driedimensionaal.

Vlakbij de vindplaats vond ik ook nog een stuk kistbeslag. Ook van koper, maar dan bedoeld als bescherming van een plank van ca 4 cm dik. Mijn eerste gedachte was dat het een schildje zou kunnen zijn bevestigd op een kist waarin een gietklok vervoerd zou kunnen zijn. De link met het kistbeslag zou zo mooi verklaard zijn. Vanuit die logica heb ik onderzoek gedaan naar de herkomst van de Hattemse klokken en heb ik twee klokgietersmusea om hulp gevraagd.

Uit de reactie van de deskundigen bleek dat ik mijn focus moest verleggen. Ik werd namelijk gewezen op een oud gezelschapsspel genaamd Klok en Hamer. Het is immers best vreemd dat er op de klok een hamer te zien is. Bij een gietklok komt normaal gesproken geen hamer aan te pas, maar een klepel.

Uit mijn volgend onderzoek is gebleken dat het Klok en Hamerspel al sinds 1850 bestaat. Het is in diverse landen uitgebracht. In Nederland zijn veel voorbeelden te vinden van het spel uit 1930.

Klok en hamerspel uit 1930

De hypothese is nu dat het schildje op een kistje met het Klok en Hamerspel heeft gezeten. Helaas heb ik tot op heden nog geen voorbeeld hiervan kunnen vinden. Ook is mij niet duidelijk hoe een dergelijk object in het Hattemse bos terecht is gekomen. Genoeg om over te blijven fantaseren.

 67 total views

Boom bakenlood

Na de verhuizing naar Oosterholt-Noord ben ik ook rondom huis gaan zoeken met de metaaldetector. Zo ook op het land aan de Veilingweg. Eind 2019 is het relatief laagliggende land voorzien van een nieuwe deklaag. Waar de grond vandaag is gekomen weet ik niet, maar dat ik er iets bijzonders gevonden heb staat wel vast. Nu alleen nog de determinatie, want tot op heden heb ik geen gelijk exemplaar gevonden.

bakenlood
Bakenlood met boomafbeelding

Het object is een rond stukje metaal, waarschijnlijk lood van 38 gram en 30 x 30 mm groot en ca 7 mm dik. Het lijkt de afbeelding te hebben van een boom. Je ziet de inkeping van een stam en daarboven een kruin.

Achterzijde bakenlood

Voor de determinatie is ook de achterzijde interessant. Deze bevat namelijk een restant van een spijker of een pin. Het object zal ergens aan vast geklonken zijn geweest.

Al zoekende op internet kom ik uit bij de site Loodjes.nl. Op deze site zijn honderden afbeeldingen van diverse soorten loodjes te vinden. Helaas tref ik geen gelijkenis met mijn vondst aan. Wel wordt er melding gemaakt van de vondst van ca 15 loodjes met afbeeldingen van bomen.

Mijn aandacht gaat uit naar de beschrijving van wat ze noemen ‘bakenlood’. Deze loodjes waren een vorm van belasting voor de instandhouding van o.a. vuurtorens, betonning en kustverlichting of een vorm van tol voor de sluizen, bruggen en andere doorvaarten welke gebruikt werden door de scheepvaart.

Bij de drooglegging van de polders in het IJsselmeer zijn er bij archeologische onderzoekingen diverse van deze bakenloodjes gevonden. Verschillende stukken dragen ingeslagen letters en cijfers. Zeeschepen ontvingen hiervoor sinds de middeleeuwen een papieren bewijsje, maar omdat de binnenvaartschippers papier een jaar lang moeilijk droog konden houden, besloot men bij invoering van deze belasting voor de binnenvaart aan het begin van de 18e eeuw over te gaan op loodjes die bijvoorbeeld aan de mast werden geslagen. (bron: Wijsenbeek, A. Th. Baken-, tonnen- en vuurloodjes uit het Zuiderzeegebied).

Helaas staan op mijn loodje geen teksten of jaartallen. Dat blijft dus gissen. Toch denk ik dat ik het met mijn determinatie wel in de richting van het bakenlood moet zoeken. De pin aan de achterzijde is een duidelijke aanwijzing. Alleen heb ik nog geen idee wat de afbeelding van de boom betekent. Sommigen zeggen dat het gaat om het symbool van Den Bosch. Kan zijn dat er een schip van onder de grote rivieren via de Ijssel naar de Suydersee heeft willen varen, maar het uiteindelijk niet gered heeft. Misschien ook leuk om te weten dat ze aan de hand van de geïnde belastingen ongeveer konden achterhalen hoeveel schepen er aan een stad toebehoorden. Voor Kampen waren dat dat er rond 1700 zo’n 2.500! Meer hierover kun je lezen op Loodjes.nl

 60 total views,  1 views today

Bata-brom-fiets

Batavuus Bilonet Sport uit 1958

Iedere zaterdagochtend wordt er geklust bij mijn ouders op de boerderij. Zo ook op 18 januari. Het was weer tijd om de afrastering van het landje bij oma Wildeman te vernieuwen. Het is het land waarop oma na het overlijden van opa een huisje liet bouwen. Vlak achter de garage waar mijn opa zijn garagebedrijf had gevestigd en waar tegenwoordig mijn oom en neef hun bedrijf in motoren voeren. Het land kwam in het bezit van mijn moeder. Mijn moeder was de schakel tussen enerzijds de ‘motor’-kant van de familie en anderzijds de ‘paarden’-kant, de kant van mijn vader.

Om 10.00u was het koffietijd en toevallig was ik even aangewaaid. Of ik mijn metaaldetector mee had, want ome Jan was de nijptang verloren. “Natuurlijk, die ligt standaard achter in mijn auto”, was mijn antwoord.

Ik op zoek. De afrastering was al verwijderd dus had ik ruim baan om naar ‘oud ijzer’ te zoeken. Helaas kon ik de nijptang niet vinden.

Wat ik wel aantrof op zo’n 30 cm diepte? Een piep klein dashboardje van een oude brommer.

Dashboard Batavus bromfiets.

Het bleek om het dashboard van een Batavus te gaan of zoals ome Mart altijd zegt, een Batafiets. Een Bata-brom-fiets in dit geval. Het metaal was wit geverfd, waarschijnlijk dus niet van de eerste eigenaar afkomstig. De oorspronkelijke kleur was zwart.

Na wat speurwerk op internet kwam ik er achter dat het om een model uit de 50-er jaren ging. Uit 1957 of 1958. Het betreft de Batavus Touring G50 of de Batavus Bilonet Sport. Het zijn zover ik kan nagaan de enige modellen waarbij het chromen logo aan het dashboard bevestigd zat.

Mijn fantasie gaat terug naar de jaren 60, de tienerjaren van mijn ouders. In die tijd moet er iemand zo’n brommer gehad hebben. Wat jammer dat ik het opa en oma niet meer kan vragen, maar wie weet helpt dit blog bij het oplossen van de vraag wie er in Spoolde in de jaren 60 een dergelijke Bata-brom-fiets heeft bereden.

 61 total views