Terug naar De Tippe

Tegen beter weten in ben ik met mijn broer op zoek gegaan naar ons verborgen familiekapitaal. Dit keer in de grond van De Tippe.

De Tippe

Mijn broer Ruud heeft de stamboom van de familie Zwakenberg al een heel eind uitgespit. Hij heeft zelfs uitgedokterd welke percelen in vroeger jaren in bezit van onze familie zijn geweest. Hij zoekt op oude kaarten en in oude akten naar verdwenen boerderijen. Voor mij interessante locaties om met de metaaldetector af te speuren.

Een tijdje geleden vertelde hij het verhaal van De Tippe, een stuk Mastenbroek tussen Stadshagen en Westenholte. Volgens oude akten is het in de 18e eeuw familiebezit geweest.

Een aantal zaterdagmiddagen zijn we samen op veldonderzoek gegaan. Ruud met de digitale kadasterkaarten en ik met de metaaldetector. In de hoop nog iets van onze voorvaderen aan te treffen, muntjes bijvoorbeeld, het liefst gedateerd rond 1780 of zo.

Op weilanden als deze worden nog wel eens muntjes gevonden. Rondom de boerderij (bijvoorbeeld onder de waslijn) of bij het hek van het weiland, op de dam waar de veehandelaren het vee kwamen opkopen en afrekenen.

Bomscherf WO2

Op de plek waar de boerderij heeft gestaan vonden we voorwerpen uit verschillende perioden. Bomscherven uit de 2e Wereld Oorlog, een scherf (waarschijnlijk) van een sopketel (hier werd vroeger het  veevoer in gekookt), oude auto-onderdelen en een lepeltje, maar helaas geen muntjes.

Sopketel

Afgelopen zaterdag hebben we het verharde pad naar de toegang van De Tippe afgezocht. Wat we vonden was een zware moker (‘die nemen we op de terugweg wel mee’), een constructie van een sproeiinstallatie (even dachten we dat het oorlogsspul was, want er bevond zich in dit gebied ook een tankwal uit WO2, maar dat bleek helaas niet zo te zijn), diverse H-profielen (niet wetende wat hier de functie van was) en tot slot een prachtig mooi oud hoefijzer.

Hoefijzer, gevonden op De Tippe

Het was echte een joekel van een ijzer. Het heeft een formaat van 17 x 17 cm. Nog niet eerder heb ik zo’n groot exemplaar gevonden. Misschien is ie wel van een paard van één van onze voorvaderen geweest. Van Lefert of Herm Zwakenberg. Zij hebben het stuk land in 1797 van hun vader geërfd. Inclusief een paard. Niet zomaar een paard, nee een ‘best paard’. Of zouden ze daarmee ‘Bels paard’ bedoelen?

Akte uit 1797 waarin De Tippe wordt genoemd i.c.m. de naam Zwakenberg.

Het project ‘De Tippe’ is voor ons nu klaar. Alles uitgekamd. Helaas geen centen gevonden, maar wel weer een tipje van de familiehistorie blootgelegd. En een aantal gezellige uren met mijn broer doorgebracht. Bedankt Ruud!

Meer achtergrond informatie van het werk van Ruud met betrekking tot deze locatie is te vinden in deze pdf: De Tippe

Een trip naar de Koekoekspolder

Grenzend aan de bebouwde kom van IJsselmuiden ligt de Koekoekspolder. Op voorhand geen plek met een lange historie. Je vindt er dan ook geen oude boerderijen, maar wel veel kassen, afgewisseld met grasland en wat akkertjes. Zo’n 25 jaar geleden is één van mijn nichten er gaan wonen. Ze trouwde met een witlofkweker, inmiddels een goede vriend van mij.

Kampen en IJsselmuiden bij nacht

Hun land stond al een tijdje op mijn zoeklijstje. En toen begin oktober op zaterdagmiddag de zon begon te schijnen heb ik mijn laarzen aangetrokken en ben ik de polder in getogen. Op zoek naar… geen idee eigenlijk.

Al snel had ik een hit. Een oude eikenhouten plank met wat roestig beslag eraan. Onze eerste inschatting was dat het een klep van een mestwagen kon zijn. Toch had ik twijfels.

Aan het eind van de middag (ik was pas op de helft van de kavel) viel de duisternis in en werd ik uitgenodigd om aan de keukentafel met mijn (achter-)neven en nichten een biertje te komen drinken. Samen fantaseerden wij onder over mijn vondsten. Gezellig hoor.

Na het schoonmaken van ‘de mestwagen’ bleek er een los object aan vast te zitten. Het leek wel een splitpen. Het houtwerk was ook apart. De vorm deed mij denken aan een deel van een oud schip.

Vondsten Koekoekspolder

Dat vermoeden werd bevestigd door een collega-bodemzoeker. “Man, je hebt een scheepswrak gevonden, inclusief een scheepspasser!” Wouw. Da’s best bijzonder. Vooral omdat de Koekoekspolder vroeger moeras is geweest. Dat er Suydersee-schepen hadden gevaren was mij niet bekend.

Misschien dat er archeologen zijn die er meer van weten. Daarom mijn vondst maar aangemeld bij ‘Het Oversticht’, het meldpunt voor alle bodemvondsten in Overijssel. En hun reactie was hoopgevend. Of ze mijn foto mochten publiceren in hun nieuwsbrief. Maar natuurlijk. Leuk zelfs.

Ondertussen was ook de nieuwsgierigheid gewekt bij de ouders van mijn aangetrouwde neef. Zij hebben jarenlang op de vindplaats gewoond. En ja hoor,  zij waren unaniem in hun determinatie: het is een “paardentrip”.

Paardentrips

De Koekoekspolder was voorheen een veengebied. Een drassig landschap dat alleen per paard bewerkt kon worden. Echter moesten de paarden wel trips onder de voeten gebonden worden.

En als we het houtwerk goed bekijken zien we een mooie afdruk van een hoef. Aan de achterzijde is duidelijk slijtage zichtbaar. Blijkbaar is het object in vroeger jaren zeer nuttig geweest.

Helaas dus geen oud scheepswrak, maar wel een prachtige vondst. Eentje waar al veel collega-bodemvondstzoekers met genoegen kennis van hebben genomen.

 

Hoge bi

In ons polderdorp IJsselmuiden is nog een aantal weggetjes waarop al eeuwen lang mensen rijden. Eén van die weggetjes is de Oosterholtseweg. Het is een ietwat verhoogde dijkweg die loopt van IJsselmuiden richting Wilsum. Aan deze weg bevinden zich een groot aantal boerderijen met hun landerijen.

Voor een metaalzoeker niet bijzonder interessant, maar soms wil je er na een drukke dag gewoon even uit. De zinnen verzetten. Zo ook die ene mooie nazomerdag dit jaar. Ik was al bij meerdere boeren om toestemming wezen vragen, maar pas bij nummer drie was het ok. Echter, “drie weken terug is er ook al iemand met een metaaldetector geweest”, vertelde de boerin. Maakt niet uit. Gewoon lekker buiten struinen is al prima.

Na een paar minuten kreeg ik toch een piep. Het was een roestig stuk ijzer in de vorm van een klosje. Daar bleef het bij. Na het uurtje struinen ook nog even met de boer gepraat. Altijd leuk om te horen hoe trots ze op hun bedrijf zijn.

Thuis aangekomen heb ik gauw mijn klosje in een zuurbadje gelegd. De volgende dag hem verder van alle roest ontdaan. En voilà, er kwam een naaf van een fiets tevoorschijn.

Lager achterwiel hoge bi

In het ijzerwerk is duidelijk te zien dat het om een fietsnaaf gaat, aangezien de spaakgaatjes duidelijk zichtbaar zijn. 9 Aan iedere kant.

Maar van welk type fiets is dan de grote vraag. Tegenwoordig zitten de spaken aan de zijkant van de naaf. Bij deze aan de bovenzijde.

En toen kreeg ik een ingeving. Niet lang geleden had ik een delegatie van Gazelle op onze fabriek rondgeleid. Die zullen het misschien wel weten. Goed gegokt. Al binnen een dag kreeg ik antwoord op mijn mail.

Het moet het achterwiel zijn van een “hoge bi”. Zeker niet van een voorwiel, daarvoor zijn het te weinig spaken.

Hoge bi’s

Wouw, wat leuk zeg. Ik krijg gelijk beelden op mijn netvlies over hoe dat er ruim 120 jaar geleden moet hebben uitgezien.

De hoge bi is een 19e eeuws fietsmodel dat beroemd werd om zijn zeer grote voorwiel en kleine achterwiel. Hij werd in 1868 uitgevonden door James Starley. Er zweeft een sfeer van romantische nostalgie rond de hoge bi, maar hij werd ook gebruikt als één van de eerste racefietsen.

Volgende maand staat er een ritje naar de Gazelle-fabriek op de planning. En misschien wordt het wel een ritje op de hoge bi.

Bron: sport.infonu.nl

 

 

Kasteel Voorst komt weer tot leven

 

Ik ben inmiddels ruim een jaar aan het schatzoeken en vanuit IJsselmuiden wordt mijn zoekgebied steeds een beetje groter. Zo kwam ik op een mooie zonnige oktoberzondag op een braak liggend terrein aan de rand van Zwolle terecht.

Helaas vond ik niet veel bijzonders. Ja, een hoefijzer (wel een oudje), wat scherven en een loden staafje. Aanvankelijk dacht ik aan een loodgewichtje, aangezien hij circa 120 gram weegt. Precies het gewicht van de vroegere ‘quarter pounder’, een kwart van een pond. Nadat ik het object schoongemaakt had was ik toch enigszins teleurgesteld. Er zat geen stadslogo ingegraveerd en ook geen gewichtsaanduiding.  Wat kan deze 30 mm hoge en 30 mm brede, zwartgeblakende staaf dan zijn? Ik heb toen een foto geplaatst in de Bodemvondsten-groep op Facebook.  

Loodbuskogel

Al snel kreeg ik een bericht. “Het zou wel eens een loden buskogel kunnen zijn.” Na wat googlewerk kwam ik terecht bij een eerder bericht van een conservator. Hij had in de begin jaren 80 in deze omgeving meegewerkt aan het conserveren van de metaalvondsten van de opgraving van Kasteel Voorst. Circa 2 km van de vindplaats.

En ja hoor, hij vermelde dat er daar toen meerdere “buskogels” of “donderbuskogels” gevonden zijn.

En daar kwamen ineens twee verhalen samen, want in de begin jaren 80, ik was een jaar of 8, opende onze nieuwe basisschool, De Akker, in de wijk Westenholte in Zwolle. Het was een spannende tijd, mede door de opgraving van kasteel Voorst, direct naast onze school.

Oude tijden kwamen tot leven en ik kan mij nog goed herinneren dat wij als gezin een bezoek brachten aan het Provinciaal Overijssels Museum om alle vondsten van het kasteel te bekijken.

Het kasteel was in de 13e en 14e eeuw in het bezit van de heren van Voorst. Diverse veldslagen werden er gevoerd. In juli 1324 stichtten de heren van Voorst brand in de stad Zwolle. Er bleven slechts negen huizen over. Er was voortdurende strijd tussen de edelen en de steden. De bisschop van Utrecht steunde de steden. Ook in de nacht van 14 op 15 oktober 1361 werd Zwolle in brand gestoken. Ditmaal omdat heer Zweder van Voorst verwachtte dat hij geen deel zou krijgen bij de verdeling van de drooglegging van Mastenbroek.

In 1362 trok bisschop Jan van Arkel samen met de steden Zwolle, Deventer en Kampen op tegen het kasteel. Na drie dagen werd de voorburcht ingenomen, maar het duurde vijftien weken voordat het gehele kasteel werd ingenomen. De heren hadden een veilige aftocht bedongen. Het kasteel werd wederom met de grond gelijk gemaakt. Hierna is het kasteel nooit meer opgebouwd. Eén van de slotdeuren is meegenomen door de belegeraars uit Kampen en is nog altijd te zien in het Kamper gemeentehuis.

loodbuskogel
Handbus

En nu ligt er in de gemeente Kampen dus nog een relikwie uit die tijd, namelijk een heuse loodbuskogel. De kogel werd overigens afgevuurd met een loodbus of handbus vuurwapen. Rest nog de vraag vanuit welk  kamp de kogel is afgevuurd, maar dat zal wel een raadsel blijven.

Meer informatie over  Kasteel Voorst lees je hier.

 

Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Voorst

Spoorzoekertje

In de zomermaanden van 2017 wordt het Kamperlijntje gereedgemaakt voor de komst van de elektrische trein. Een mooie reden om ook het spoor volledig te vervangen.

Voor mij dé gelegenheid om even langs het spoor te zoeken. Normaal is het not done om dat te doen. Maar naar wat zoek je dan eigenlijk? Naar gouden ringen van treinreizigers die op hun reis horen dat hun verkering uit is? Of naar die ene verloren duit van de spoorwerker uit vroeger tijden?

Kamperlijntje

Uiteindelijk heb ik best wel een boel gevonden. Heavy stuf allemaal. Vooral het stuk rails. Het is maar een klein stukje, maar wel loeizwaar. Toch wilde ik het mee naar huis nemen als relikwie van een stukje nostalgie. Maar ook erg handig als aambeeld. Heb er al menig stuk ijzer op bewerkt.

Eén van de roestige stukken ijzer bleek na schoonmaken een prachtig exemplaar van een spoorijzer. Ik vermoed uit de beginperiode van het Kamperlijntje. Dat moet zo rond 1865 zijn geweest. Prachtig handgeslagen ijzerwerk van zo’n 150 jaar oud. Heb wel wat medelijden met de ijzersmeders van toen. Wat een werk moet dat zijn geweest.

Spoorspijkers, links het gevonden exemplaar, rechts een voorbeeld.

Het ijzerwerk in het plaatje rechtsonder is wat ze noemen een “luchthandje”. Deze worden nog steeds gebruikt in het remsysteem van o.a. vrachtauto’s. Of mijn exemplaar van een vrachtauto is of van de dieseltrein durf ik niet te zeggen.

 

 

 

Meer info over het Kamperlijntje: http://www.hetkamperlijntje.nl/

 

 

Bommen en granaten

Gevonden in mei 2017
Slaghoed van een granaat uit WO1 (?)

Tijdens één van mijn zoektochten ben ik gestuit op een slaghoedje van een granaat uit de eerste wereldoorlog. Ik heb het gevonden in een berm aan de rand van de wijk Onderdijks in Kampen. Wie het destijds verloren heeft is nog een raadsel, maar wel heel bijzonder om het te vinden.

Het is afkomstig van een granaat met een diameter van 10 cm. Het slaghoed is van gietijzer en weegt circa 600 gram.

Tijdens een zoektocht aan de Zwartedijk heb ik ook een restant van een granaat uit de grond weten te redden. Een huls dit keer. Volgens de eigenaar van het opgehoogde perceel is de grond afkomstig uit de grachten van Onderdijks. Het lijkt er dus op dat er daar ooit aardig strijd is geleverd. Op internetfora wordt beweerd dat dergelijke granaten in de eerste wereldoorlog zijn gebruikt, maar Nederland was toch onafhankelijk?

Het betreft i.i.g. een granaathuls van circa 18 cm lang. Een kleintje dus, maar wel eentje die ik in complete toestand lekker zou hebben laten liggen.

Granaathuls uit Onderdijks

Soms tref je een boer die niet op je staat te wachten, maar in dit geval mocht ik lekker mijn gang gaan en werd ik zelfs uitgenodigd voor een kop koffie. De bewoners waren toevallig druk doende met de inrichting van hun Rustpunt voor passerende fietsers. Een moderne, dat zeker, inclusief oplaadmogelijkheid voor de elektrische fiets.

De gevonden wasbak, incl. afvoer, is hoogst waarschijnlijk afkomstig uit het oude stadscentrum van Kampen. 

Wasbak uit binnenstad KampenVoor nieuwsgierigen, ik heb hem bij het Rustpunt achtergelaten. Misschien staat ie er nog als herinnering aan vervlogen tijden. Of wellicht als drinkbak voor de hond des huizes die mijn graafwerk als zeer concurrerend heeft ervaren.

Emaille aan de IJssel

Ik heb dit voorjaar vele uren doorgebracht aan de uiterwaarden van de IJssel. Zicht op het mooie stadsfront van Kampen en luisterend naar het carillion. Op zoek naar… van alles en nog wat. En wat vind je dan: pannen en potten.

Niet geheel toevallig. Kampen is immers jarenlang gastheer geweest van de BK-pannenfabrieken. De geschiedenis van BK gaat helemaal terug tot aan 1851. In dat jaar begint Hendrik Berk in Kampen met het produceren van melkbussen, potten en pannen.

In 1891 slaagde zijn zoon erin de pannen van een beschermend laagje emaille te voorzien.

Geëmailleerde pan

Het was nog een beste klus om de pannen boven de grond te krijgen. Een kudde hijgende koeien in je nek maken het je niet gemakkelijker. Toch ga je door. Eerst zie je iets glimmen. De wildste gedachten maken zich dan van je meester. Is het een kistje? Voorzichtig maak je het gat groter en groter. Plots wordt duidelijk dat het om een pan gaat. Een heuse geëmailleerde pan. De deksel die ik erbij vind is helaas minder mooi.

Pannedeksel, gevonden in uiterwaarden bij Kampen

Of het een BK-pan is weet ik niet. Het verhaal gaat dat de IJsseloevers na de oorlog verbreed zijn met puin uit Rotterdam.

Ondertussen haal ik steeds meer gietijzeren scherven naar boven. Het lijkt wel een legpuzzel. Ik vermoed dat het een potkacheltje is geweest.

Potkachel

Iets verderop komt nog een tweede deksel naar boven. Dit keer wel geëmailleerd. Dit moet toch wel een echte BK zijn?

Meer informatie over BK

Pannedeksel

Zoeken bij de veerpont

Als je bijzondere dingen wilt vinden helpt het als je je in de geschiedenis van de zoekomgeving verdiept.

Zo viel mijn oog op een oude veerpont tussen IJsselmuiden en Kampereiland, de pont over het Ganzediep. Een plek waar door velen de portefeuille is getrokken en menig duit van eigenaar wisselde.

Het veer is er al lang niet meer, maar wel een weiland om te detecteren op metalen. Maar wel eerst even de eigenaar vragen. Ik tref een norse boer van in de 70 jaar, schat ik. Hij woont met zijn oude vader in een vervallen boerderijtje. “Mag ik misschien een half uurtje langs het water zoeken?”, vraag ik hem. Ik verwachte een uitgesproken “nee”, maar in plaats daarvan vraagt hij mij naar de tijd. Het is half drie. “Om drie uur ben je terug! En als je goud vindt, laat je het mij zien en fiets je hard weg!”.

Met de toestemming op zak ga ik aan de slag. En al snel vind ik de locatie van de oude veerpont in de hoedanigheid van de twee u-profielen waar vroeger de trekkabels door liepen. Ten minste, dat vermoed ik. Op een hele andere plek dan ik op basis van de oude kaarten had verwacht. Maar natuurlijk niet iets om mee te nemen om thuis te showen. Dan maar snel een foto maken, want…

U-profiel veerpont

… nog maar een kwartier te gaan.

 

 

 

Helaas heb ik geen muntjes gevonden. Die zijn in de loop der tijd natuurlijk al lang weggekaapt door collega-gelukszoekers. Zouden zij ook netjes toestemming hebben gevraagd?

Op de valreep krijg ik toch een interessante piep. Dat wordt opschieten. Na wat  graafwerk komt er een koperen blik naar boven. Een bijna gaaf exemplaar.

Tafelblik

Het blik werd in de vorige eeuw met een tafelschuiertje gebruikt om kruimels van tafel te vegen.

Precies om drie uur ben ik terug bij de boer. Hij weet mijn timing en vondst wel te waarderen. “Kom eens mee”, beveelt hij mij. We lopen naar de moestuin achter de boerderij. “Daar ergens heeft mijn vader in de oorlog zijn jachtgeweer begraven. Mijn moeder was bang dat hij met zijn eigen geweer vermoord zou worden. Denk je dat je hem kunt vinden?” Mooie uitdaging, maar er staat een halve meter hoog gras en waarschijnlijk ligt hij te diep voor mijn detector. Hij dacht zo’n meter diep. Ai, die van mij gaat maar tot circa 30 cm. Ik spreek met hem af later die winter terug te komen. Helaas het geweer niet meer kunnen vinden.

Op internet kwam ik een vergelijkbaar setje tegen.

Broncant tafelschuiertje met blik

Franse vondsten

In 2016 zijn we op vakantie naar Zuid-Frankrijk geweest. Naar camping Domaine Lacs de Gascogne in Seissan. Natuurlijk heb ik mij voorgenomen mijn nieuwe hobby te gaan beoefenen. En wat schetst mijn verbazing? Pal naast de camping bevindt zich een heuse ruïne. Nou ja, ruïne is een groot woord voor het vervallen boerderijtje. Volgens de eigenaar van de camping eigendom van de Franse boer die aan de overzijde van de heuvel woont.

Ik mijn wandelschoenen aangetrokken en de heuvel over gesjouwd. Op weg naar zoektoestemming.

De ruïne bij onze camping

 

Bij de boerderij aangekomen word ik hatelijk welkom geheten door de hond des huizes. En….hap. Het kreng zet zo zijn scherpe hondebek in mijn rechter kuit. Ik doe net of er niets aan de hand is en begroet het oude boerenstel met een vriendelijke “bonjour”. En daarmee is ook gelijk mijn Franse woordenschat verbruikt. Diep weg zit nog wel iets ‘begraven’ maar onvoldoende om een fatsoenlijk gesprek mee te voeren. Gelukkig wordt de dochter des huizes erbij geroepen. Maar ook zij sprak maar ‘very petit English’. Gelukkig hebben we Google Translate.

Het zoeken was geen probleem, echter beter te wachten tot na 19 uur. Dan zijn de koeien naar de stal en zou ik geen last hebben van de bull. Dank voor de tip! In mijn enthousiasme beloof ik om mijn gevonden schatten te komen tonen.

De volgende avond natuurlijk direct het land op. Even checken of de koeien weg zij en hup, het gaas over.

Al snel heb ik een aantal oude werktuigen uit de keiharde klei naar boven gehaald. Een ploegzwaard, twee schep-achtigen en nog een paar vondsten waarvan ik de benaming schuldig moet blijven.

Boeren werktuigen uit Frankrijk

Achter de oude boerderij bevindt zich een meertje met wat bebossing. Door nieuwsgierigheid gedreven ging ik er de volgende dag op af. Het was een uur of zes. De koeien waren in geen verste verte te bekennen. Dacht ik. Opeens stonden ze mij met z’n allen in een boogje aan te gluren. Ik maakte een langzaam terugtrekkende beweging tot ik veilig achter het draad stond.  Dat was op het nippertje.

In de bosjes trof ik nog een oude Simca (?) aan. Typisch Frans tafereeltje. Magnifique!

Aan het eind van de vakantie loop ik nog heel even met de gedachte om de stukken verleden aan het boerenstel te gaan tonen. Maar dan zie ik dat klote keffertje weer voor me. Eén keer raden.

Sommige vondsten zijn te groot om mee te nemen…

Voor de liefhebber hierbij de link naar de camping: http://domainelacsdegascogne.eu/nl/default.aspx

Over duiten en belsen

Eén van mijn eerste zoekacties is natuurlijk in het weiland bij mijn ouderlijk huis. Jaren geleden hebben we hier ook al eens gezocht. Toen met een geleende metaaldetector. Het bijltje dat we toen vonden is nog steeds ergens op de boerderij te vinden.

Deze keer ben ik 20 jaar ouder en een vrouw en drie kinderen rijker. Die vind je niet met een metaaldetector. Ik had goede hoop dat ik mijn hobby zou kunnen delen met één van de kinderen. In het weiland aangekomen geef ik als eerste de detector aan Luuk. En ja hoor. Nog geen kwartier bezig en hij vindt een muntje. Op naar oma om hem schoon te maken. Dat valt nog niet mee. Met een grote loep van het borduren zien we de contouren van een duit uit begin 18e eeuw. HOLLANDIA staat er op.

Duit Hollandia 18e eeuw

Op de achterzijde een leeuw in een weiland. Op internet zien we dat deze munt uit begin 1700 stamt. Komen mijn voorouders dan misschien uit Holland?

In het weilandje ernaast vind ik allerlei fragmenten uit de tijd van mijn voorouders. Een deel van een beitel, een stuk van een mes en diverse smeedijzeren ringen en nagels.

Mijn eerste vondsten

Later kom ik nog een keer terug om verder te zoeken. Ditmaal aan de overkant van de weg. Op het land dat al meerdere generaties in het bezit van onze familie is.  Ik vind er een hoefijzer. Deze is wel erg bijzonder. Het is een ronde, een orthopedisch exemplaar.  Eéntje van een paard die een zwaar leventje heeft gehad. Ik heb mijn vader gevraagd of hij meer van het hoefijzer af weet. En dat doet hij.

Orthopedisch hoefijzer van de bels van opa Zwakenberg

Volgens hem is het een hoefijzer van de bels van opa Zwakenberg. Mijn opa was melkrijder voor de melkfabriek in ’s Heerenbroek. In de eerste jaren ging hij met paard en wagen langs de boeren om de melk op te halen. Later werd de bels vervangen door een heuse Deutz.

Op het forum van Bodemvondsten weet een hoefsmid mij meer te vertellen over het ijzer. Nadat ik hem de maten had doorgegeven meldt hij dat het een kleine bels moet zijn geweest. Maar die analyse klopt niet. Het was wel degelijk een grote bels, aldus mijn vader. Een grote bels maar wel met kleine voetjes.

Helaas houdt mijn nageslacht niet van schatzoeken. Wel moet ik steeds van mijn zoon horen dat hij die duit gevonden heeft. Hoeveel generaties geleden zal die munt daar verloren zijn?