Kasteel Voorst komt weer tot leven

 

Ik ben inmiddels ruim een jaar aan het schatzoeken en vanuit IJsselmuiden wordt mijn zoekgebied steeds een beetje groter. Zo kwam ik op een mooie zonnige oktoberzondag op een braak liggend terrein aan de rand van Zwolle terecht.

Helaas vond ik niet veel bijzonders. Ja, een hoefijzer (wel een oudje), wat scherven en een loden staafje. Aanvankelijk dacht ik aan een loodgewichtje, aangezien hij circa 120 gram weegt. Precies het gewicht van de vroegere ‘quarter pounder’, een kwart van een pond. Nadat ik het object schoongemaakt had was ik toch enigszins teleurgesteld. Er zat geen stadslogo ingegraveerd en ook geen gewichtsaanduiding.  Wat kan deze 30 mm hoge en 30 mm brede, zwartgeblakende staaf dan zijn? Ik heb toen een foto geplaatst in de Bodemvondsten-groep op Facebook.  

Loodbuskogel

Al snel kreeg ik een bericht. “Het zou wel eens een loden buskogel kunnen zijn.” Na wat googlewerk kwam ik terecht bij een eerder bericht van een conservator. Hij had in de begin jaren 80 in deze omgeving meegewerkt aan het conserveren van de metaalvondsten van de opgraving van Kasteel Voorst. Circa 2 km van de vindplaats.

En ja hoor, hij vermelde dat er daar toen meerdere “buskogels” of “donderbuskogels” gevonden zijn.

En daar kwamen ineens twee verhalen samen, want in de begin jaren 80, ik was een jaar of 8, opende onze nieuwe basisschool, De Akker, in de wijk Westenholte in Zwolle. Het was een spannende tijd, mede door de opgraving van kasteel Voorst, direct naast onze school.

Oude tijden kwamen tot leven en ik kan mij nog goed herinneren dat wij als gezin een bezoek brachten aan het Provinciaal Overijssels Museum om alle vondsten van het kasteel te bekijken.

Het kasteel was in de 13e en 14e eeuw in het bezit van de heren van Voorst. Diverse veldslagen werden er gevoerd. In juli 1324 stichtten de heren van Voorst brand in de stad Zwolle. Er bleven slechts negen huizen over. Er was voortdurende strijd tussen de edelen en de steden. De bisschop van Utrecht steunde de steden. Ook in de nacht van 14 op 15 oktober 1361 werd Zwolle in brand gestoken. Ditmaal omdat heer Zweder van Voorst verwachtte dat hij geen deel zou krijgen bij de verdeling van de drooglegging van Mastenbroek.

In 1362 trok bisschop Jan van Arkel samen met de steden Zwolle, Deventer en Kampen op tegen het kasteel. Na drie dagen werd de voorburcht ingenomen, maar het duurde vijftien weken voordat het gehele kasteel werd ingenomen. De heren hadden een veilige aftocht bedongen. Het kasteel werd wederom met de grond gelijk gemaakt. Hierna is het kasteel nooit meer opgebouwd. Eén van de slotdeuren is meegenomen door de belegeraars uit Kampen en is nog altijd te zien in het Kamper gemeentehuis.

loodbuskogel
Handbus

En nu ligt er in de gemeente Kampen dus nog een relikwie uit die tijd, namelijk een heuse loodbuskogel. De kogel werd overigens afgevuurd met een loodbus of handbus vuurwapen. Rest nog de vraag vanuit welk  kamp de kogel is afgevuurd, maar dat zal wel een raadsel blijven.

Meer informatie over  Kasteel Voorst lees je hier.

 

Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Voorst

2 antwoorden op “Kasteel Voorst komt weer tot leven”

  1. Hee broer, misschien een kleine aanvulling op je verhaal. De familie Zwakenberg is natuurlijk nooit eigenaar geweest van het kasteel Voorst, we zijn geen familie van de Van Voorsten, we hebben zelfs geen blauw bloed (gisteren per ongeluk in m’n vinger gesneden en het bleek gewoon rood te zijn), maar de familie heeft wel degelijk een nauwe band gehad met het landgoed van het kasteel Voorst.
    In het verhaal over de Tippe schreven we over Lefert Hendriks Zwakenberg die einde 18e eeuw met zijn vrouw Stientje in Westenholte woonde, naast de Steenboerderij. Nu blijkt dat de zoon van Lefert, Hendrik, getrouwd was met een dochter van de pachter van de Steenboerderij (een buurmeisje dus). Die Steenboerderij , ook wel de Stins genoemd, behoorde vroeger bij het kasteel Voorst. Bij de boerderij hoorden nogal wat hooi- en weidelanden in Westenholte (of beter gezegd Voorst, want zo heet de buurschap waar de Stins staat). Het land waar ooit het kasteel stond (in het huidige Stinspark), was destijds een doodgewoon weiland behorende bij de boerderij. Alleen aan de ronde vorm was te zien dat er ooit wat gestaan zou kunnen hebben (en natuurlijk aan het puin in de grond)
    De bewoners van de Stins werden Steenboer genoemd, niet omdat er zoveel stenen in de grond lagen (die lagen er zeker!), maar omdat het kasteel Voorst vroeger de Steen of Stins (Fries voor versterkt huis) te Voorst werd genoemd. Steen is dus een verwijzing naar het oude kasteel en niet naar de enorme hoop stenen in de grond rondom het oude kasteel.
    Onze Hendrik trouwde met de dochter van de Steenboer, Margje Herms Steenboer. Hendrik werd de nieuwe pachter, de Steenboerderij en de bijbehorende landerijen waren het bezit van een vrouwenklooster nabij Deventer. Het was een zogenaamd leengoed en dankzij het leenregister van Utrecht en later Overijssel kunnen we achterhalen dat de Steenboerderij al bestond in de tijd van heren van Voorst (eind 14e eeuw, na de afbraak van het kasteel Voorst) https://www.historischcentrumoverijssel.nl/files/leenrepertorium.pdf. Zoek maar eens op “dat bouhuys to Voerst”. De eerste leenman was een nazaat van de familie van Voorst, later kwam het in handen van een klooster.
    Na de Franse Revolutie, einde 18e eeuw, werden veel boerenbezittingen van kloosters, kerken en adellijke families verkocht aan de pachters. De Steenboerderij kwam te koop in 1819. Onze Hendrik koopt het, maar de boerderij blijft niet echt lang eigendom van de familie. Na Hendriks dood verkoopt zijn zoon Derk het goed aan een rijke familie. Derk blijft echter wel op de Steen wonen, maar dan als pachter, net als z’n voorouders.
    De familie Zwakenberg blijft de Steenboerderij pachten tot en met de jaren zeventig van de vorige eeuw. De laatste boeren en pachters van de Steen waren Gerrit en Aaltje Zwakenberg, kinderen van Jan Zwakenberg, een oom van onze vader. Het boerenbedrijf hield op toen de gemeente Zwolle de landerijen kocht om ruimte te maken voor de nieuwbouw-uitbreiding van Westenholte. De Steenboerderij staat er gelukkig nog en het Stinspark is een mooie, blijvende herinnering aan het roemruchte kasteel Voorst, maar ook aan de familie Zwakenberg, die ruim twee eeuwen de titel Steenboer mochten dragen.

  2. Hi Ruud,
    bedankt voor je aanvullende tekst. Mooi onderzoek heb je gedaan. En dan te beseffen dat we in onze kinderjaren nog getuige zijn geweest van de opgraving van Kasteel Voorst. De cirkel is aardig rond zo.
    Groet, Arnold

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *