Analoge km-teller

Waar je ook zoekt, je vindt altijd wel wat. Maar het vinden is geen doel op zich. Het is al heerlijk om samen met onze Jack Russel de weide wereld in te gaan. Hij op zoek naar hazen, mollen, bijen, vlinders of wat er ook maar voor zijn neus komt. Ik op zoek naar goud, zilver of wat er ook maar voor mijn ogen komt. Ons motto: geniet ervan zolang het kan.

En dat genieten is niet afhankelijk van de ouderdom van mijn vondsten. In het geval dat ik hier wil beschrijven gaat het niet om historische waarde, meer meer om dat idee dat wij als veertigers best wel veel ontwikkeling hebben meegemaakt. Ik noem de omslag van een analoge maatschappij naar het digitale, draadloze tijdperk.

Zie hier een VDO km-teller. Opvallend is dat de schaal tot maximaal 160 gaat. En de analoge teller tot 99.999. Onze ouders waren super trots als ze konden zeggen dat hun auto meer dan een ton gelopen had. Inmiddels is dat geen mijlpaal meer.

Van welk type auto zal de km-teller geweest zijn? Misschien een VW kever? Of misschien van een Ford Escord? Blijft mooi spul, zelfs met de roestaanslag. Het heeft wel wat , vind je niet?

Klok en hamerspel

Iedereen heeft wel eens zo’n dag dat je er even doorheen zit. Maar niet iedereen heeft een manager die dan roept, “Arnold, ga lekker naar huis en een uurtje piepen. Even lekker je hoof leegmaken.” Ik wel. En gelukkig heb ik altijd mijn metaaldetector in de achterbak van mijn auto liggen.

Zo ook die bewuste vrijdagmiddag half drie. Op weg van Eerbeek naar IJsselmuiden neem ik bij Hattem de afslag naar het bos. Ik parkeer mijn auto op een zandweg en begin met lopen. Helaas weinig succes. In dit bos liggen geen metalen. Dat bleek niet helemaal waar, want toen ik weer vlakbij de auto was had ik een mooie piep. Het bleek een schildje te zijn dat op een houten plankje bevestigd had gezeten.

Er kwam zowaar een mooie afbeelding van een klok onder het zand vandaan.

Object is ca 7 x6 cm groot. Het lijkt erop dat het uit een plaat koper gestanst is. Prachtig driedimensionaal.

Vlakbij de vindplaats vond ik ook nog een stuk kistbeslag. Ook van koper, maar dan bedoeld als bescherming van een plank van ca 4 cm dik. Mijn eerste gedachte was dat het een schildje zou kunnen zijn bevestigd op een kist waarin een gietklok vervoerd zou kunnen zijn. De link met het kistbeslag zou zo mooi verklaard zijn. Vanuit die logica heb ik onderzoek gedaan naar de herkomst van de Hattemse klokken en heb ik twee klokgietersmusea om hulp gevraagd.

Uit de reactie van de deskundigen bleek dat ik mijn focus moest verleggen. Ik werd namelijk gewezen op een oud gezelschapsspel genaamd Klok en Hamer. Het is immers best vreemd dat er op de klok een hamer te zien is. Bij een gietklok komt normaal gesproken geen hamer aan te pas, maar een klepel.

Uit mijn volgend onderzoek is gebleken dat het Klok en Hamerspel al sinds 1850 bestaat. Het is in diverse landen uitgebracht. In Nederland zijn veel voorbeelden te vinden van het spel uit 1930.

Klok en hamerspel uit 1930

De hypothese is nu dat het schildje op een kistje met het Klok en Hamerspel heeft gezeten. Helaas heb ik tot op heden nog geen voorbeeld hiervan kunnen vinden. Ook is mij niet duidelijk hoe een dergelijk object in het Hattemse bos terecht is gekomen. Genoeg om over te blijven fantaseren.

Boom bakenlood

Na de verhuizing naar Oosterholt-Noord ben ik ook rondom huis gaan zoeken met de metaaldetector. Zo ook op het land aan de Veilingweg. Eind 2019 is het relatief laagliggende land voorzien van een nieuwe deklaag. Waar de grond vandaag is gekomen weet ik niet, maar dat ik er iets bijzonders gevonden heb staat wel vast. Nu alleen nog de determinatie, want tot op heden heb ik geen gelijk exemplaar gevonden.

bakenlood
Bakenlood met boomafbeelding

Het object is een rond stukje metaal, waarschijnlijk lood van 38 gram en 30 x 30 mm groot en ca 7 mm dik. Het lijkt de afbeelding te hebben van een boom. Je ziet de inkeping van een stam en daarboven een kruin.

Achterzijde bakenlood

Voor de determinatie is ook de achterzijde interessant. Deze bevat namelijk een restant van een spijker of een pin. Het object zal ergens aan vast geklonken zijn geweest.

Al zoekende op internet kom ik uit bij de site Loodjes.nl. Op deze site zijn honderden afbeeldingen van diverse soorten loodjes te vinden. Helaas tref ik geen gelijkenis met mijn vondst aan. Wel wordt er melding gemaakt van de vondst van ca 15 loodjes met afbeeldingen van bomen.

Mijn aandacht gaat uit naar de beschrijving van wat ze noemen ‘bakenlood’. Deze loodjes waren een vorm van belasting voor de instandhouding van o.a. vuurtorens, betonning en kustverlichting of een vorm van tol voor de sluizen, bruggen en andere doorvaarten welke gebruikt werden door de scheepvaart.

Bij de drooglegging van de polders in het IJsselmeer zijn er bij archeologische onderzoekingen diverse van deze bakenloodjes gevonden. Verschillende stukken dragen ingeslagen letters en cijfers. Zeeschepen ontvingen hiervoor sinds de middeleeuwen een papieren bewijsje, maar omdat de binnenvaartschippers papier een jaar lang moeilijk droog konden houden, besloot men bij invoering van deze belasting voor de binnenvaart aan het begin van de 18e eeuw over te gaan op loodjes die bijvoorbeeld aan de mast werden geslagen. (bron: Wijsenbeek, A. Th. Baken-, tonnen- en vuurloodjes uit het Zuiderzeegebied).

Helaas staan op mijn loodje geen teksten of jaartallen. Dat blijft dus gissen. Toch denk ik dat ik het met mijn determinatie wel in de richting van het bakenlood moet zoeken. De pin aan de achterzijde is een duidelijke aanwijzing. Alleen heb ik nog geen idee wat de afbeelding van de boom betekent. Sommigen zeggen dat het gaat om het symbool van Den Bosch. Kan zijn dat er een schip van onder de grote rivieren via de Ijssel naar de Suydersee heeft willen varen, maar het uiteindelijk niet gered heeft. Misschien ook leuk om te weten dat ze aan de hand van de geïnde belastingen ongeveer konden achterhalen hoeveel schepen er aan een stad toebehoorden. Voor Kampen waren dat dat er rond 1700 zo’n 2.500! Meer hierover kun je lezen op Loodjes.nl

Bata-brom-fiets

Batavuus Bilonet Sport uit 1958

Iedere zaterdagochtend wordt er geklust bij mijn ouders op de boerderij. Zo ook op 18 januari. Het was weer tijd om de afrastering van het landje bij oma Wildeman te vernieuwen. Het is het land waarop oma na het overlijden van opa een huisje liet bouwen. Vlak achter de garage waar mijn opa zijn garagebedrijf had gevestigd en waar tegenwoordig mijn oom en neef hun bedrijf in motoren voeren. Het land kwam in het bezit van mijn moeder. Mijn moeder was de schakel tussen enerzijds de ‘motor’-kant van de familie en anderzijds de ‘paarden’-kant, de kant van mijn vader.

Om 10.00u was het koffietijd en toevallig was ik even aangewaaid. Of ik mijn metaaldetector mee had, want ome Jan was de nijptang verloren. “Natuurlijk, die ligt standaard achter in mijn auto”, was mijn antwoord.

Ik op zoek. De afrastering was al verwijderd dus had ik ruim baan om naar ‘oud ijzer’ te zoeken. Helaas kon ik de nijptang niet vinden.

Wat ik wel aantrof op zo’n 30 cm diepte? Een piep klein dashboardje van een oude brommer.

Dashboard Batavus bromfiets.

Het bleek om het dashboard van een Batavus te gaan of zoals ome Mart altijd zegt, een Batafiets. Een Bata-brom-fiets in dit geval. Het metaal was wit geverfd, waarschijnlijk dus niet van de eerste eigenaar afkomstig. De oorspronkelijke kleur was zwart.

Na wat speurwerk op internet kwam ik er achter dat het om een model uit de 50-er jaren ging. Uit 1957 of 1958. Het betreft de Batavus Touring G50 of de Batavus Bilonet Sport. Het zijn zover ik kan nagaan de enige modellen waarbij het chromen logo aan het dashboard bevestigd zat.

Mijn fantasie gaat terug naar de jaren 60, de tienerjaren van mijn ouders. In die tijd moet er iemand zo’n brommer gehad hebben. Wat jammer dat ik het opa en oma niet meer kan vragen, maar wie weet helpt dit blog bij het oplossen van de vraag wie er in Spoolde in de jaren 60 een dergelijke Bata-brom-fiets heeft bereden.

Duitse Mittelstollen

Het was een prachtige nazomeravond in augustus. Aangenaam temperatuurtje. Heerlijk om even naar buiten te gaan. Maar ja, dan is sinds kort de vraag, ga je met de hond of met de piepstok. Dit keer had Buddy geluk. We zijn naar Wilsum gereden om een heerlijke wandeling naar de IJssel te maken.

Het was al weer een tijdje geleden dat ik hier in de uiterwaarden geweest was. Destijds was het project ‘Ruimte voor de rivier’ net afgerond en heb er toen met mijn metaaldetector enkele uurtjes doorgebracht. Helaas zonder noemenswaardig resultaat. Nu was het vooral genieten van Buddy.

Die week ben ik nog een keer teruggegaan naar die prachtige locatie. Dit keer natuurlijk met de piepstok. Ik besloot om me vooral te focussen op het grindpad. Normaliter niet ideaal om te graven, maar technisch gezien wel de grootste kans om iets te vinden. De paden worden immers vaak gemaakt van bouwafval van gesloopte boerderijen.

En als je dan aan het spitten bent op zo’n ‘zandpad’ komen er vrijwel altijd wel wandelaars langs. En dan is het natuurlijk leuk om even een praatje te maken of mensen te laten schrikken met de opmerking: “Wilt u doorlopen, ik heb een Duitse bom gevonden die ieder moment kan ontploffen!” Leuk joh, die verbaasde gezichten.

Toch was mijn grap niet geheel onrealistisch. Dat bleek toen ik op datzelfde pad iets zag glimmen. Ik was er al een paar keer overheen gelopen. Het leek een steen, maar wel een verdachte…

Nadat ik hem uitgegraven had bleek het i.d.d. bingo te zijn. Het leek een soort van trekhaak. Slechts 20 cm lang, maar iets anders kon ik niet bedenken.

Is het een trekhaak?
Nee, een Mittelstollen.

Voor een goede determinatie post ik mijn vondsten altijd in de Facebook groep Bodemvondsten SN. Hier zitten bodemzoekers met allerlei specialiteiten. Dit keer is mijn bericht: “Hallo smid, wat is dit?”.

Binnen een paar uur heb ik antwoord op mijn vraag. Het is een Mittelstollen afkomstig van een Duitse panzer III of IV. Het ding werd in de tweede wereldoorlog gebruikt om met de tank beter over drassige ondergronden te kunnen rijden.

Duitse Panzer III-tank

Op internet vind ik allerlei tekeningen waarop uitgelegd staat hoe de Mittelstollen werken. In feite zijn het een soort adapters die aan de rupsen bevestigd worden.

Uitleg gebruik Mittelstollen voor Engelse verzamelaars.
De Mittelstollen aangebracht op de rups van de Panzer III-tank.

Op de site van www.poldermastenbroek.nl vind ik een uitvoerige beschrijving van de aangelegde tankwallen. Ik heb hier eerder al over geschreven. Nu heb ik dus een concreet stukje WOII-geschiedenis in handen. Langzaamaan vallen alle puzzelstukjes in elkaar, want aan de overkant van de IJssel heb ik eerder al een granaathuls gevonden, afkomstig uit de wijk Onderdijks. Misschien wel afgeschoten door de Duisters met hun Panzer III-tank.

Een bom op de brouwerij

Dit jaar ben ik van mei tot september vrijwel wekelijks 1 avond/nacht te vinden in een bed & breakfast in het Belgische Baasrode, vlakbij Antwerpen. De B&B is een oude bierbrouwerij en wordt gerund door Ingeborg. Gastvrijheid staat op 1. Na een dag hard werken is het hier heerlijk genieten. De tuin van de voormalige brouwerij bestaat voor een belangrijk deel uit een prachtig gazon met daarop een fascinerende bol als kunstwerk.

Casa Cava B&B
Casa Cava B&B

En als je daar dan ’s avonds op het terras aan een heerlijke Belgische blonde zit gaat je fantasie soms even met je op de loop. Zouden er misschien resten van de voormalige bierbrouwerij onder die mooie grasmat verstopt liggen? Er zou maar 1 manier zijn om erachter te komen: de volgende keer de ‘piepstok’ mee. Gelukkig zag Ingeborg ook wel mogelijkheden. De vondsten zouden prima decoraties zijn in het nieuw te bouwen gedeelte van de B&B.

De week erop kwam ik terug. Mét mijn detector. Ik vroeg aan mijn gastvrouw waar ik in de buurt het best kon zoeken. “In mijn tuin”, was haar antwoord adrem. “En het goud dat je vindt is voor mij”, grapte ze er direct achteraan. “Da’s goed” zei ik met gepast respect voor de historische context, ik heb genoeg aan de foto’s. Waarop ze met een grote grijns op haar gezicht zei: “Maar allée, en dat veur n’n Hollander? Die geven nooit iets weg”.

Ik aan de slag. En direct veel hits. Geen goud, maar zilverfolie, zilverfolie en nog eens zilverfolie. Dat was niet waarover ik gefantaseerd had. Wanneer ik aan een bierbrouwerij denk, dan denk ik aan mooie glimmende ketels….

Toen ik vrijwel het hele veld afgezocht had vond ik toch nog iets dat mogelijk historische waarde vertegenwoordigt. Het was een metaalfragment met een code erop gestanst: 125 A. Misschien wel een bomfragment uit de 2e wereldoorlog? Wie het weet mag het zeggen.

Bomfragment WO2?

Volgens mijn hostess kan mijn hypothese wel eens waar zijn. Het pand is namelijk in WO2 bij een bombardement geraakt aan de gevel. We lopen naar de voorzijde van de B&B waar Ingeborg mij het litteken aan de zijgevel laat zien. Een lelijke snee van links boven tot halverwege de muur. Deskundig gerestaureerd, maar toch een litteken.

Gebombardeerde zijgevel Casa Cava

Na weer een mooi avontuur val ik die avond in een diepe slaap, dromend over blinkende ketels met daarin het heerlijke goudgele sap.

Website B&B: https://www.casacava.eu

Een ring in de bagger van de IJssel

In de zomer van 2018 was het warm en droog. Reden om de waterkant op te zoeken. Het waterpijl van de IJssel heeft zelden zo laag gestaan als toen. Voor de boeren een drama, voor de bodemzoeker een aantal extra vierkante meters interessant bodemoppervlak.

Ploegen door de modder van de IJssel bij Kampen.

Ploegend door de modder werd ik plotseling overvallen door een geluksmomentje. Ik had beet. Een glimmerd dit keer. Zou het zilver zijn? Het is een ring en geen kleintje ook. En er staat wat in gegraveerd: MUSEUM SC. NAT. BRUSSELS en een code M-11278.

Het blijkt een vogelring te zijn. Geen zilver, maar wel leuk om verder te speuren naar de herkomst ervan.

Al snel word ik gewezen op het bestaan van GRIEL: (Geautomatiseerd Ring Invoer en Export Loket). Op hun website vul ik netjes in dat ik een ring gevonden heb. En dan is het een kwestie van wachten…. Een half jaar om precies te zijn.

Vogelring.

In een geautomatiseerde mail krijg ik netjes antwoord op mijn vraag om welk soort vogel het gaat.

Het blijkt de ring te zijn van een Canadese gans, een vrouwtje, geringd in Mechelen in 2005, 13 jaar geleden.

Heb ik toch mooi een bijdrage geleverd aan wetenschappelijk onderzoek.

Terug naar De Tippe

Tegen beter weten in ben ik met mijn broer op zoek gegaan naar ons verborgen familiekapitaal. Dit keer in de grond van De Tippe.

De Tippe

Mijn broer Ruud heeft de stamboom van de familie Zwakenberg al een heel eind uitgespit. Hij heeft zelfs uitgedokterd welke percelen in vroeger jaren in bezit van onze familie zijn geweest. Hij zoekt op oude kaarten en in oude akten naar verdwenen boerderijen. Voor mij interessante locaties om met de metaaldetector af te speuren.

Een tijdje geleden vertelde hij het verhaal van De Tippe, een stuk Mastenbroek tussen Stadshagen en Westenholte. Volgens oude akten is het in de 18e eeuw familiebezit geweest.

Een aantal zaterdagmiddagen zijn we samen op veldonderzoek gegaan. Ruud met de digitale kadasterkaarten en ik met de metaaldetector. In de hoop nog iets van onze voorvaderen aan te treffen, muntjes bijvoorbeeld, het liefst gedateerd rond 1780 of zo.

Op weilanden als deze worden nog wel eens muntjes gevonden. Rondom de boerderij (bijvoorbeeld onder de waslijn) of bij het hek van het weiland, op de dam waar de veehandelaren het vee kwamen opkopen en afrekenen.

Bomscherf WO2

Op de plek waar de boerderij heeft gestaan vonden we voorwerpen uit verschillende perioden. Bomscherven uit de 2e Wereld Oorlog, een scherf (waarschijnlijk) van een sopketel (hier werd vroeger het  veevoer in gekookt), oude auto-onderdelen en een lepeltje, maar helaas geen muntjes.

Sopketel

Afgelopen zaterdag hebben we het verharde pad naar de toegang van De Tippe afgezocht. Wat we vonden was een zware moker (‘die nemen we op de terugweg wel mee’), een constructie van een sproeiinstallatie (even dachten we dat het oorlogsspul was, want er bevond zich in dit gebied ook een tankwal uit WO2, maar dat bleek helaas niet zo te zijn), diverse H-profielen (niet wetende wat hier de functie van was) en tot slot een prachtig mooi oud hoefijzer.

Hoefijzer, gevonden op De Tippe

Het was echte een joekel van een ijzer. Het heeft een formaat van 17 x 17 cm. Nog niet eerder heb ik zo’n groot exemplaar gevonden. Misschien is ie wel van een paard van één van onze voorvaderen geweest. Van Lefert of Herm Zwakenberg. Zij hebben het stuk land in 1797 van hun vader geërfd. Inclusief een paard. Niet zomaar een paard, nee een ‘best paard’. Of zouden ze daarmee ‘Bels paard’ bedoelen?

Akte uit 1797 waarin De Tippe wordt genoemd i.c.m. de naam Zwakenberg.

Het project ‘De Tippe’ is voor ons nu klaar. Alles uitgekamd. Helaas geen centen gevonden, maar wel weer een tipje van de familiehistorie blootgelegd. En een aantal gezellige uren met mijn broer doorgebracht. Bedankt Ruud!

Meer achtergrond informatie van het werk van Ruud met betrekking tot deze locatie is te vinden in deze pdf: De Tippe

Een trip naar de Koekoekspolder

Grenzend aan de bebouwde kom van IJsselmuiden ligt de Koekoekspolder. Op voorhand geen plek met een lange historie. Je vindt er dan ook geen oude boerderijen, maar wel veel kassen, afgewisseld met grasland en wat akkertjes. Zo’n 25 jaar geleden is één van mijn nichten er gaan wonen. Ze trouwde met een witlofkweker, inmiddels een goede vriend van mij.

Kampen en IJsselmuiden bij nacht

Hun land stond al een tijdje op mijn zoeklijstje. En toen begin oktober op zaterdagmiddag de zon begon te schijnen heb ik mijn laarzen aangetrokken en ben ik de polder in getogen. Op zoek naar… geen idee eigenlijk.

Al snel had ik een hit. Een oude eikenhouten plank met wat roestig beslag eraan. Onze eerste inschatting was dat het een klep van een mestwagen kon zijn. Toch had ik twijfels.

Aan het eind van de middag (ik was pas op de helft van de kavel) viel de duisternis in en werd ik uitgenodigd om aan de keukentafel met mijn (achter-)neven en nichten een biertje te komen drinken. Samen fantaseerden wij onder over mijn vondsten. Gezellig hoor.

Na het schoonmaken van ‘de mestwagen’ bleek er een los object aan vast te zitten. Het leek wel een splitpen. Het houtwerk was ook apart. De vorm deed mij denken aan een deel van een oud schip.

Vondsten Koekoekspolder

Dat vermoeden werd bevestigd door een collega-bodemzoeker. “Man, je hebt een scheepswrak gevonden, inclusief een scheepspasser!” Wouw. Da’s best bijzonder. Vooral omdat de Koekoekspolder vroeger moeras is geweest. Dat er Suydersee-schepen hadden gevaren was mij niet bekend.

Misschien dat er archeologen zijn die er meer van weten. Daarom mijn vondst maar aangemeld bij ‘Het Oversticht’, het meldpunt voor alle bodemvondsten in Overijssel. En hun reactie was hoopgevend. Of ze mijn foto mochten publiceren in hun nieuwsbrief. Maar natuurlijk. Leuk zelfs.

Ondertussen was ook de nieuwsgierigheid gewekt bij de ouders van mijn aangetrouwde neef. Zij hebben jarenlang op de vindplaats gewoond. En ja hoor,  zij waren unaniem in hun determinatie: het is een “paardentrip”.

Paardentrips

De Koekoekspolder was voorheen een veengebied. Een drassig landschap dat alleen per paard bewerkt kon worden. Echter moesten de paarden wel trips onder de voeten gebonden worden.

En als we het houtwerk goed bekijken zien we een mooie afdruk van een hoef. Aan de achterzijde is duidelijk slijtage zichtbaar. Blijkbaar is het object in vroeger jaren zeer nuttig geweest.

Helaas dus geen oud scheepswrak, maar wel een prachtige vondst. Eentje waar al veel collega-bodemvondstzoekers met genoegen kennis van hebben genomen.

 

Hoge bi

In ons polderdorp IJsselmuiden is nog een aantal weggetjes waarop al eeuwen lang mensen rijden. Eén van die weggetjes is de Oosterholtseweg. Het is een ietwat verhoogde dijkweg die loopt van IJsselmuiden richting Wilsum. Aan deze weg bevinden zich een groot aantal boerderijen met hun landerijen.

Voor een metaalzoeker niet bijzonder interessant, maar soms wil je er na een drukke dag gewoon even uit. De zinnen verzetten. Zo ook die ene mooie nazomerdag dit jaar. Ik was al bij meerdere boeren om toestemming wezen vragen, maar pas bij nummer drie was het ok. Echter, “drie weken terug is er ook al iemand met een metaaldetector geweest”, vertelde de boerin. Maakt niet uit. Gewoon lekker buiten struinen is al prima.

Na een paar minuten kreeg ik toch een piep. Het was een roestig stuk ijzer in de vorm van een klosje. Daar bleef het bij. Na het uurtje struinen ook nog even met de boer gepraat. Altijd leuk om te horen hoe trots ze op hun bedrijf zijn.

Thuis aangekomen heb ik gauw mijn klosje in een zuurbadje gelegd. De volgende dag hem verder van alle roest ontdaan. En voilà, er kwam een naaf van een fiets tevoorschijn.

Lager achterwiel hoge bi

In het ijzerwerk is duidelijk te zien dat het om een fietsnaaf gaat, aangezien de spaakgaatjes duidelijk zichtbaar zijn. 9 Aan iedere kant.

Maar van welk type fiets is dan de grote vraag. Tegenwoordig zitten de spaken aan de zijkant van de naaf. Bij deze aan de bovenzijde.

En toen kreeg ik een ingeving. Niet lang geleden had ik een delegatie van Gazelle op onze fabriek rondgeleid. Die zullen het misschien wel weten. Goed gegokt. Al binnen een dag kreeg ik antwoord op mijn mail.

Het moet het achterwiel zijn van een “hoge bi”. Zeker niet van een voorwiel, daarvoor zijn het te weinig spaken.

Hoge bi’s

Wouw, wat leuk zeg. Ik krijg gelijk beelden op mijn netvlies over hoe dat er ruim 120 jaar geleden moet hebben uitgezien.

De hoge bi is een 19e eeuws fietsmodel dat beroemd werd om zijn zeer grote voorwiel en kleine achterwiel. Hij werd in 1868 uitgevonden door James Starley. Er zweeft een sfeer van romantische nostalgie rond de hoge bi, maar hij werd ook gebruikt als één van de eerste racefietsen.

Volgende maand staat er een ritje naar de Gazelle-fabriek op de planning. En misschien wordt het wel een ritje op de hoge bi.

Bron: sport.infonu.nl