Een trip naar de Koekoekspolder

Grenzend aan de bebouwde kom van IJsselmuiden ligt de Koekoekspolder. Op voorhand geen plek met een lange historie. Je vindt er dan ook geen oude boerderijen, maar wel veel kassen, afgewisseld met grasland en wat akkertjes. Zo’n 25 jaar geleden is één van mijn nichten er gaan wonen. Ze trouwde met een witlofkweker, inmiddels een goede vriend van mij.

Kampen en IJsselmuiden bij nacht

Hun land stond al een tijdje op mijn zoeklijstje. En toen begin oktober op zaterdagmiddag de zon begon te schijnen heb ik mijn laarzen aangetrokken en ben ik de polder in getogen. Op zoek naar… geen idee eigenlijk.

Al snel had ik een hit. Een oude eikenhouten plank met wat roestig beslag eraan. Onze eerste inschatting was dat het een klep van een mestwagen kon zijn. Toch had ik twijfels.

Aan het eind van de middag (ik was pas op de helft van de kavel) viel de duisternis in en werd ik uitgenodigd om aan de keukentafel met mijn (achter-)neven en nichten een biertje te komen drinken. Samen fantaseerden wij onder over mijn vondsten. Gezellig hoor.

Na het schoonmaken van ‘de mestwagen’ bleek er een los object aan vast te zitten. Het leek wel een splitpen. Het houtwerk was ook apart. De vorm deed mij denken aan een deel van een oud schip.

Vondsten Koekoekspolder

Dat vermoeden werd bevestigd door een collega-bodemzoeker. “Man, je hebt een scheepswrak gevonden, inclusief een scheepspasser!” Wouw. Da’s best bijzonder. Vooral omdat de Koekoekspolder vroeger moeras is geweest. Dat er Suydersee-schepen hadden gevaren was mij niet bekend.

Misschien dat er archeologen zijn die er meer van weten. Daarom mijn vondst maar aangemeld bij ‘Het Oversticht’, het meldpunt voor alle bodemvondsten in Overijssel. En hun reactie was hoopgevend. Of ze mijn foto mochten publiceren in hun nieuwsbrief. Maar natuurlijk. Leuk zelfs.

Ondertussen was ook de nieuwsgierigheid gewekt bij de ouders van mijn aangetrouwde neef. Zij hebben jarenlang op de vindplaats gewoond. En ja hoor,  zij waren unaniem in hun determinatie: het is een “paardentrip”.

Paardentrips

De Koekoekspolder was voorheen een veengebied. Een drassig landschap dat alleen per paard bewerkt kon worden. Echter moesten de paarden wel trips onder de voeten gebonden worden.

En als we het houtwerk goed bekijken zien we een mooie afdruk van een hoef. Aan de achterzijde is duidelijk slijtage zichtbaar. Blijkbaar is het object in vroeger jaren zeer nuttig geweest.

Helaas dus geen oud scheepswrak, maar wel een prachtige vondst. Eentje waar al veel collega-bodemvondstzoekers met genoegen kennis van hebben genomen.

 

Hoge bi

In ons polderdorp IJsselmuiden is nog een aantal weggetjes waarop al eeuwen lang mensen rijden. Eén van die weggetjes is de Oosterholtseweg. Het is een ietwat verhoogde dijkweg die loopt van IJsselmuiden richting Wilsum. Aan deze weg bevinden zich een groot aantal boerderijen met hun landerijen.

Voor een metaalzoeker niet bijzonder interessant, maar soms wil je er na een drukke dag gewoon even uit. De zinnen verzetten. Zo ook die ene mooie nazomerdag dit jaar. Ik was al bij meerdere boeren om toestemming wezen vragen, maar pas bij nummer drie was het ok. Echter, “drie weken terug is er ook al iemand met een metaaldetector geweest”, vertelde de boerin. Maakt niet uit. Gewoon lekker buiten struinen is al prima.

Na een paar minuten kreeg ik toch een piep. Het was een roestig stuk ijzer in de vorm van een klosje. Daar bleef het bij. Na het uurtje struinen ook nog even met de boer gepraat. Altijd leuk om te horen hoe trots ze op hun bedrijf zijn.

Thuis aangekomen heb ik gauw mijn klosje in een zuurbadje gelegd. De volgende dag hem verder van alle roest ontdaan. En voilà, er kwam een naaf van een fiets tevoorschijn.

Lager achterwiel hoge bi

In het ijzerwerk is duidelijk te zien dat het om een fietsnaaf gaat, aangezien de spaakgaatjes duidelijk zichtbaar zijn. 9 Aan iedere kant.

Maar van welk type fiets is dan de grote vraag. Tegenwoordig zitten de spaken aan de zijkant van de naaf. Bij deze aan de bovenzijde.

En toen kreeg ik een ingeving. Niet lang geleden had ik een delegatie van Gazelle op onze fabriek rondgeleid. Die zullen het misschien wel weten. Goed gegokt. Al binnen een dag kreeg ik antwoord op mijn mail.

Het moet het achterwiel zijn van een “hoge bi”. Zeker niet van een voorwiel, daarvoor zijn het te weinig spaken.

Hoge bi’s

Wouw, wat leuk zeg. Ik krijg gelijk beelden op mijn netvlies over hoe dat er ruim 120 jaar geleden moet hebben uitgezien.

De hoge bi is een 19e eeuws fietsmodel dat beroemd werd om zijn zeer grote voorwiel en kleine achterwiel. Hij werd in 1868 uitgevonden door James Starley. Er zweeft een sfeer van romantische nostalgie rond de hoge bi, maar hij werd ook gebruikt als één van de eerste racefietsen.

Volgende maand staat er een ritje naar de Gazelle-fabriek op de planning. En misschien wordt het wel een ritje op de hoge bi.

Bron: sport.infonu.nl

 

 

Spoorzoekertje

In de zomermaanden van 2017 wordt het Kamperlijntje gereedgemaakt voor de komst van de elektrische trein. Een mooie reden om ook het spoor volledig te vervangen.

Voor mij dé gelegenheid om even langs het spoor te zoeken. Normaal is het not done om dat te doen. Maar naar wat zoek je dan eigenlijk? Naar gouden ringen van treinreizigers die op hun reis horen dat hun verkering uit is? Of naar die ene verloren duit van de spoorwerker uit vroeger tijden?

Kamperlijntje

Uiteindelijk heb ik best wel een boel gevonden. Heavy stuf allemaal. Vooral het stuk rails. Het is maar een klein stukje, maar wel loeizwaar. Toch wilde ik het mee naar huis nemen als relikwie van een stukje nostalgie. Maar ook erg handig als aambeeld. Heb er al menig stuk ijzer op bewerkt.

Eén van de roestige stukken ijzer bleek na schoonmaken een prachtig exemplaar van een spoorijzer. Ik vermoed uit de beginperiode van het Kamperlijntje. Dat moet zo rond 1865 zijn geweest. Prachtig handgeslagen ijzerwerk van zo’n 150 jaar oud. Heb wel wat medelijden met de ijzersmeders van toen. Wat een werk moet dat zijn geweest.

Spoorspijkers, links het gevonden exemplaar, rechts een voorbeeld.

Het ijzerwerk in het plaatje rechtsonder is wat ze noemen een “luchthandje”. Deze worden nog steeds gebruikt in het remsysteem van o.a. vrachtauto’s. Of mijn exemplaar van een vrachtauto is of van de dieseltrein durf ik niet te zeggen.

 

 

 

Meer info over het Kamperlijntje: http://www.hetkamperlijntje.nl/

 

 

Zoeken bij de veerpont

Als je bijzondere dingen wilt vinden helpt het als je je in de geschiedenis van de zoekomgeving verdiept.

Zo viel mijn oog op een oude veerpont tussen IJsselmuiden en Kampereiland, de pont over het Ganzediep. Een plek waar door velen de portefeuille is getrokken en menig duit van eigenaar wisselde.

Het veer is er al lang niet meer, maar wel een weiland om te detecteren op metalen. Maar wel eerst even de eigenaar vragen. Ik tref een norse boer van in de 70 jaar, schat ik. Hij woont met zijn oude vader in een vervallen boerderijtje. “Mag ik misschien een half uurtje langs het water zoeken?”, vraag ik hem. Ik verwachte een uitgesproken “nee”, maar in plaats daarvan vraagt hij mij naar de tijd. Het is half drie. “Om drie uur ben je terug! En als je goud vindt, laat je het mij zien en fiets je hard weg!”.

Met de toestemming op zak ga ik aan de slag. En al snel vind ik de locatie van de oude veerpont in de hoedanigheid van de twee u-profielen waar vroeger de trekkabels door liepen. Ten minste, dat vermoed ik. Op een hele andere plek dan ik op basis van de oude kaarten had verwacht. Maar natuurlijk niet iets om mee te nemen om thuis te showen. Dan maar snel een foto maken, want…

U-profiel veerpont

… nog maar een kwartier te gaan.

 

 

 

Helaas heb ik geen muntjes gevonden. Die zijn in de loop der tijd natuurlijk al lang weggekaapt door collega-gelukszoekers. Zouden zij ook netjes toestemming hebben gevraagd?

Op de valreep krijg ik toch een interessante piep. Dat wordt opschieten. Na wat  graafwerk komt er een koperen blik naar boven. Een bijna gaaf exemplaar.

Tafelblik

Het blik werd in de vorige eeuw met een tafelschuiertje gebruikt om kruimels van tafel te vegen.

Precies om drie uur ben ik terug bij de boer. Hij weet mijn timing en vondst wel te waarderen. “Kom eens mee”, beveelt hij mij. We lopen naar de moestuin achter de boerderij. “Daar ergens heeft mijn vader in de oorlog zijn jachtgeweer begraven. Mijn moeder was bang dat hij met zijn eigen geweer vermoord zou worden. Denk je dat je hem kunt vinden?” Mooie uitdaging, maar er staat een halve meter hoog gras en waarschijnlijk ligt hij te diep voor mijn detector. Hij dacht zo’n meter diep. Ai, die van mij gaat maar tot circa 30 cm. Ik spreek met hem af later die winter terug te komen. Helaas het geweer niet meer kunnen vinden.

Op internet kwam ik een vergelijkbaar setje tegen.

Broncant tafelschuiertje met blik