Analoge km-teller

Waar je ook zoekt, je vindt altijd wel wat. Maar het vinden is geen doel op zich. Het is al heerlijk om samen met onze Jack Russel de weide wereld in te gaan. Hij op zoek naar hazen, mollen, bijen, vlinders of wat er ook maar voor zijn neus komt. Ik op zoek naar goud, zilver of wat er ook maar voor mijn ogen komt. Ons motto: geniet ervan zolang het kan.

En dat genieten is niet afhankelijk van de ouderdom van mijn vondsten. In het geval dat ik hier wil beschrijven gaat het niet om historische waarde, meer meer om dat idee dat wij als veertigers best wel veel ontwikkeling hebben meegemaakt. Ik noem de omslag van een analoge maatschappij naar het digitale, draadloze tijdperk.

Zie hier een VDO km-teller. Opvallend is dat de schaal tot maximaal 160 gaat. En de analoge teller tot 99.999. Onze ouders waren super trots als ze konden zeggen dat hun auto meer dan een ton gelopen had. Inmiddels is dat geen mijlpaal meer.

Van welk type auto zal de km-teller geweest zijn? Misschien een VW kever? Of misschien van een Ford Escord? Blijft mooi spul, zelfs met de roestaanslag. Het heeft wel wat , vind je niet?

Bata-brom-fiets

Batavuus Bilonet Sport uit 1958

Iedere zaterdagochtend wordt er geklust bij mijn ouders op de boerderij. Zo ook op 18 januari. Het was weer tijd om de afrastering van het landje bij oma Wildeman te vernieuwen. Het is het land waarop oma na het overlijden van opa een huisje liet bouwen. Vlak achter de garage waar mijn opa zijn garagebedrijf had gevestigd en waar tegenwoordig mijn oom en neef hun bedrijf in motoren voeren. Het land kwam in het bezit van mijn moeder. Mijn moeder was de schakel tussen enerzijds de ‘motor’-kant van de familie en anderzijds de ‘paarden’-kant, de kant van mijn vader.

Om 10.00u was het koffietijd en toevallig was ik even aangewaaid. Of ik mijn metaaldetector mee had, want ome Jan was de nijptang verloren. “Natuurlijk, die ligt standaard achter in mijn auto”, was mijn antwoord.

Ik op zoek. De afrastering was al verwijderd dus had ik ruim baan om naar ‘oud ijzer’ te zoeken. Helaas kon ik de nijptang niet vinden.

Wat ik wel aantrof op zo’n 30 cm diepte? Een piep klein dashboardje van een oude brommer.

Dashboard Batavus bromfiets.

Het bleek om het dashboard van een Batavus te gaan of zoals ome Mart altijd zegt, een Batafiets. Een Bata-brom-fiets in dit geval. Het metaal was wit geverfd, waarschijnlijk dus niet van de eerste eigenaar afkomstig. De oorspronkelijke kleur was zwart.

Na wat speurwerk op internet kwam ik er achter dat het om een model uit de 50-er jaren ging. Uit 1957 of 1958. Het betreft de Batavus Touring G50 of de Batavus Bilonet Sport. Het zijn zover ik kan nagaan de enige modellen waarbij het chromen logo aan het dashboard bevestigd zat.

Mijn fantasie gaat terug naar de jaren 60, de tienerjaren van mijn ouders. In die tijd moet er iemand zo’n brommer gehad hebben. Wat jammer dat ik het opa en oma niet meer kan vragen, maar wie weet helpt dit blog bij het oplossen van de vraag wie er in Spoolde in de jaren 60 een dergelijke Bata-brom-fiets heeft bereden.

Terug naar De Tippe

Tegen beter weten in ben ik met mijn broer op zoek gegaan naar ons verborgen familiekapitaal. Dit keer in de grond van De Tippe.

De Tippe

Mijn broer Ruud heeft de stamboom van de familie Zwakenberg al een heel eind uitgespit. Hij heeft zelfs uitgedokterd welke percelen in vroeger jaren in bezit van onze familie zijn geweest. Hij zoekt op oude kaarten en in oude akten naar verdwenen boerderijen. Voor mij interessante locaties om met de metaaldetector af te speuren.

Een tijdje geleden vertelde hij het verhaal van De Tippe, een stuk Mastenbroek tussen Stadshagen en Westenholte. Volgens oude akten is het in de 18e eeuw familiebezit geweest.

Een aantal zaterdagmiddagen zijn we samen op veldonderzoek gegaan. Ruud met de digitale kadasterkaarten en ik met de metaaldetector. In de hoop nog iets van onze voorvaderen aan te treffen, muntjes bijvoorbeeld, het liefst gedateerd rond 1780 of zo.

Op weilanden als deze worden nog wel eens muntjes gevonden. Rondom de boerderij (bijvoorbeeld onder de waslijn) of bij het hek van het weiland, op de dam waar de veehandelaren het vee kwamen opkopen en afrekenen.

Bomscherf WO2

Op de plek waar de boerderij heeft gestaan vonden we voorwerpen uit verschillende perioden. Bomscherven uit de 2e Wereld Oorlog, een scherf (waarschijnlijk) van een sopketel (hier werd vroeger het  veevoer in gekookt), oude auto-onderdelen en een lepeltje, maar helaas geen muntjes.

Sopketel

Afgelopen zaterdag hebben we het verharde pad naar de toegang van De Tippe afgezocht. Wat we vonden was een zware moker (‘die nemen we op de terugweg wel mee’), een constructie van een sproeiinstallatie (even dachten we dat het oorlogsspul was, want er bevond zich in dit gebied ook een tankwal uit WO2, maar dat bleek helaas niet zo te zijn), diverse H-profielen (niet wetende wat hier de functie van was) en tot slot een prachtig mooi oud hoefijzer.

Hoefijzer, gevonden op De Tippe

Het was echte een joekel van een ijzer. Het heeft een formaat van 17 x 17 cm. Nog niet eerder heb ik zo’n groot exemplaar gevonden. Misschien is ie wel van een paard van één van onze voorvaderen geweest. Van Lefert of Herm Zwakenberg. Zij hebben het stuk land in 1797 van hun vader geërfd. Inclusief een paard. Niet zomaar een paard, nee een ‘best paard’. Of zouden ze daarmee ‘Bels paard’ bedoelen?

Akte uit 1797 waarin De Tippe wordt genoemd i.c.m. de naam Zwakenberg.

Het project ‘De Tippe’ is voor ons nu klaar. Alles uitgekamd. Helaas geen centen gevonden, maar wel weer een tipje van de familiehistorie blootgelegd. En een aantal gezellige uren met mijn broer doorgebracht. Bedankt Ruud!

Meer achtergrond informatie van het werk van Ruud met betrekking tot deze locatie is te vinden in deze pdf: De Tippe

Kasteel Voorst komt weer tot leven

 

Ik ben inmiddels ruim een jaar aan het schatzoeken en vanuit IJsselmuiden wordt mijn zoekgebied steeds een beetje groter. Zo kwam ik op een mooie zonnige oktoberzondag op een braak liggend terrein aan de rand van Zwolle terecht.

Helaas vond ik niet veel bijzonders. Ja, een hoefijzer (wel een oudje), wat scherven en een loden staafje. Aanvankelijk dacht ik aan een loodgewichtje, aangezien hij circa 120 gram weegt. Precies het gewicht van de vroegere ‘quarter pounder’, een kwart van een pond. Nadat ik het object schoongemaakt had was ik toch enigszins teleurgesteld. Er zat geen stadslogo ingegraveerd en ook geen gewichtsaanduiding.  Wat kan deze 30 mm hoge en 30 mm brede, zwartgeblakende staaf dan zijn? Ik heb toen een foto geplaatst in de Bodemvondsten-groep op Facebook.  

Loodbuskogel

Al snel kreeg ik een bericht. “Het zou wel eens een loden buskogel kunnen zijn.” Na wat googlewerk kwam ik terecht bij een eerder bericht van een conservator. Hij had in de begin jaren 80 in deze omgeving meegewerkt aan het conserveren van de metaalvondsten van de opgraving van Kasteel Voorst. Circa 2 km van de vindplaats.

En ja hoor, hij vermelde dat er daar toen meerdere “buskogels” of “donderbuskogels” gevonden zijn.

En daar kwamen ineens twee verhalen samen, want in de begin jaren 80, ik was een jaar of 8, opende onze nieuwe basisschool, De Akker, in de wijk Westenholte in Zwolle. Het was een spannende tijd, mede door de opgraving van kasteel Voorst, direct naast onze school.

Oude tijden kwamen tot leven en ik kan mij nog goed herinneren dat wij als gezin een bezoek brachten aan het Provinciaal Overijssels Museum om alle vondsten van het kasteel te bekijken.

Het kasteel was in de 13e en 14e eeuw in het bezit van de heren van Voorst. Diverse veldslagen werden er gevoerd. In juli 1324 stichtten de heren van Voorst brand in de stad Zwolle. Er bleven slechts negen huizen over. Er was voortdurende strijd tussen de edelen en de steden. De bisschop van Utrecht steunde de steden. Ook in de nacht van 14 op 15 oktober 1361 werd Zwolle in brand gestoken. Ditmaal omdat heer Zweder van Voorst verwachtte dat hij geen deel zou krijgen bij de verdeling van de drooglegging van Mastenbroek.

In 1362 trok bisschop Jan van Arkel samen met de steden Zwolle, Deventer en Kampen op tegen het kasteel. Na drie dagen werd de voorburcht ingenomen, maar het duurde vijftien weken voordat het gehele kasteel werd ingenomen. De heren hadden een veilige aftocht bedongen. Het kasteel werd wederom met de grond gelijk gemaakt. Hierna is het kasteel nooit meer opgebouwd. Eén van de slotdeuren is meegenomen door de belegeraars uit Kampen en is nog altijd te zien in het Kamper gemeentehuis.

loodbuskogel
Handbus

En nu ligt er in de gemeente Kampen dus nog een relikwie uit die tijd, namelijk een heuse loodbuskogel. De kogel werd overigens afgevuurd met een loodbus of handbus vuurwapen. Rest nog de vraag vanuit welk  kamp de kogel is afgevuurd, maar dat zal wel een raadsel blijven.

Meer informatie over  Kasteel Voorst lees je hier.

 

Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Voorst

Over duiten en belsen

Eén van mijn eerste zoekacties is natuurlijk in het weiland bij mijn ouderlijk huis. Jaren geleden hebben we hier ook al eens gezocht. Toen met een geleende metaaldetector. Het bijltje dat we toen vonden is nog steeds ergens op de boerderij te vinden.

Deze keer ben ik 20 jaar ouder en een vrouw en drie kinderen rijker. Die vind je niet met een metaaldetector. Ik had goede hoop dat ik mijn hobby zou kunnen delen met één van de kinderen. In het weiland aangekomen geef ik als eerste de detector aan Luuk. En ja hoor. Nog geen kwartier bezig en hij vindt een muntje. Op naar oma om hem schoon te maken. Dat valt nog niet mee. Met een grote loep van het borduren zien we de contouren van een duit uit begin 18e eeuw. HOLLANDIA staat er op.

Duit Hollandia 18e eeuw

Op de achterzijde een leeuw in een weiland. Op internet zien we dat deze munt uit begin 1700 stamt. Komen mijn voorouders dan misschien uit Holland?

In het weilandje ernaast vind ik allerlei fragmenten uit de tijd van mijn voorouders. Een deel van een beitel, een stuk van een mes en diverse smeedijzeren ringen en nagels.

Mijn eerste vondsten

Later kom ik nog een keer terug om verder te zoeken. Ditmaal aan de overkant van de weg. Op het land dat al meerdere generaties in het bezit van onze familie is.  Ik vind er een hoefijzer. Deze is wel erg bijzonder. Het is een ronde, een orthopedisch exemplaar.  Eéntje van een paard die een zwaar leventje heeft gehad. Ik heb mijn vader gevraagd of hij meer van het hoefijzer af weet. En dat doet hij.

Orthopedisch hoefijzer van de bels van opa Zwakenberg

Volgens hem is het een hoefijzer van de bels van opa Zwakenberg. Mijn opa was melkrijder voor de melkfabriek in ’s Heerenbroek. In de eerste jaren ging hij met paard en wagen langs de boeren om de melk op te halen. Later werd de bels vervangen door een heuse Deutz.

Op het forum van Bodemvondsten weet een hoefsmid mij meer te vertellen over het ijzer. Nadat ik hem de maten had doorgegeven meldt hij dat het een kleine bels moet zijn geweest. Maar die analyse klopt niet. Het was wel degelijk een grote bels, aldus mijn vader. Een grote bels maar wel met kleine voetjes.

Helaas houdt mijn nageslacht niet van schatzoeken. Wel moet ik steeds van mijn zoon horen dat hij die duit gevonden heeft. Hoeveel generaties geleden zal die munt daar verloren zijn?