Zuurkool uit ’t Loo

Als metaaldetectorist is het de kunst om die plekken te vinden waar in het verleden mensen hun afval gedumpt hebben. De zogenaamde stortjes noemen wij die spots. In ’t Loo heb ik ook zo’n plek gevonden. Randje bos, randje weiland.

Bospad in 't Loo
Bospad in ’t Loo

Het was een bijzondere zoekdag zo half november 2019. Ik liep lekker te zwaaien toen zich opeens een collega zoeker meldde. Hij voelde zich verrast door mijn aanwezigheid op het bospad. Ik vond het geen enkel probleem om samen te zoeken. Ook wel eens gezellig. Hij was net begonnen aan zijn nieuwe hobby en had best wel een dure detector gekocht. De mijne, inmiddels 4 jaar oud, een instapmodelletje en aan vervanging toe. Dat was dus een mooie gelegenheid om eens te kijken of zo’n geavanceerd apparaat ook wat voor mij kon zijn.

We liepen samen op, echter zonder iets interessants te vinden. Wel viel mij op dat hij veel meer hits had dan ik. We haalden beiden de standaard zoekrommel naar boven, maar helaas geen bijzondere vondsten.

Toen ik weer richting de auto wilde gaan had ik beet. Een groot stuk metaal, rond gevormd, spannend wat het zou zijn. Het bleek een zinken emmer te zijn. Nog best een klus om hem uit te graven, maar ach, met z’n tweeën wat het ook zo gepiept. Eenmaal boven de grond bleek het een drie-dubbele vangst te zijn. In de emmer zat een oude pispot en een halve molensteen. Duidelijk een stortplaatsje.

Vondsten stortje ’t Loo

Dat was een leuke afsluiter van de dag. We besloten vaker met elkaar te gaan zoeken.

Wat het detectoronderzoekje betreft, voor mij was duidelijk geworden dat een duur apparaat voor mij geen meerwaarde zou hebben. Te veel toeters en bellen leidt te veel af.

Thuis aangekomen kon het schoonmaken beginnen. Die molensteen was duidelijk, alleen jammer dat ie door de helft was. Aan de ronding was duidelijk te zien dat hij zijn draaiuren wel gemaakt had. Je ziet de slijtsporen van een band of een riem. Zou best eens van een molen afkomstig kunnen zijn.

Toen de zinken emmer. Op zich zien we die nog steeds, tot zover niets bijzonders , echtr deze emmer had twee bijzondere karakteristieken. Ten eerste de buitenbekleding. Het was overduidelijk aan de houtresten te zien dat er een houten laagje omheen had gezeten. Ten tweede de binnenkant. Deze was van onderen smaller en voorzien van een ge-emailleerde laag. Net als de pispot. Zou het een pis-emmer zijn geweest? Maar waarom dan een pispot en een pisemmer te samen? En waarom dan enkel de onderzijde voorzien van emaille? Hmm, dat moeten we nader onderzoeken.

Het is ook goed mogelijk dat er een functionele band is tussen de molensteen en de emmer. De steen paste er mooi in. Zou het dan wellicht een soort wekemmer zijn geweest, bijvoorbeeld voor het fermenteren van de kool? Mijn ouders hebben een fraaie boogkelder onder de boerderij en mijn oma had daar ook altijd een grote steen liggen voor het maken van zuurkool. Dat was een basaltblok, een steensoort die geen vocht opneemt.

Bingo. Op internet vind ik een mooi plaatje van een zuurkool-fermentatieopstelling.

Zuurkool fermenteren m.b.v. een molensteen

Dus dat verklaart ook waarom de steen door de midden is.

Al met al een mooie determinatie zoals wij dat noemen. Ik schat in dat de emmer, steen en pispot ergens halverwege de 20e eeuw begraven moeten zijn. Dat is in de tijd dat opoe Van ’t Ende in deze buurt gewoond heeft. Voor ons, achterkleinkinderen beter bekend als opoe Oldebroek. Grote kans dat zij op deze manier haar zuurkool heeft gemaakt.

Inmiddels heb ik een nieuwe detector aangeschaft. Het is de Quest Q20 geworden. Een eenvoudig, maar betrouwbaar apparaat voorzien van de nieuwste techniek, maar eenvoudig in de bediening.

En mijn oude detector, die mag met pensioen. Naar de stort kan altijd nog…

 16 total views