Apostel uit Hasselt

We gaan zo’n 450 jaar terug in de tijd. Ik neem u mee naar een Hanzestad op nog geen 10 minuten rijden van mijn huis, Hasselt. In 1600 waarschijnlijk een klein uurtje met paard en wagen.

Hasselt ca 1600

Het plaatsje heeft al een tijdje mijn interesse. In de weilanden aan onze kant van het Zwarte Water vind ik met regelmaat herinneringen aan het verleden van Hasselt. De welbekende musketkogels liggen er letterlijk voor het oprapen, tenminste, als je bereid bent om ze op te sporen. Mijn detector vind ze heerlijk. Het geluid van lood klinkt als een jachthoorn over de velden. Niet geheel toevallig dat ik deze metafoor gebruik, want vorige week was het eerste advent, en tot mijn verbazing stond er een man met een enorme jachthoorn over de velden te blazen. Niet alle tradities zijn door de corona om zeep geholpen.

Musketkogels

Gisteren was ik er weer in de buurt. Gewapend met detector en jachthond ging ik ter velde. En ook dit keer was het raak. Werderom een knoeperd van een musketkogel. En een kleintje. Musketkogels werden afgevuurd door musketiers.

Op een gegeven moment vond ik er een glimmend stukje metaal in de vorm van een kegel. Zo’n 8 cm lang.

Kruitmaatje

In eerste instantie dacht ik aan brons, maar brons is heel hard en in mijn kegel zat een deuk. Ik heb werkelijk geen idee, maar dit zou zo maar eens iets bijzonders kunnen zijn. Thuis aangekomen ben ik direct te rade gegaan bij mijn zoekvrienden op Facebook.

Het lijkt op een ‘kruitmaatje’. Nooit van gehoord, maar bij nader inzien heb ik ze wel eens gezien. Niet in het echt, maar op een plaatje van een musketier.

Musketier

Zie je die spullen aan zijn gordel hangen? Nou dat zijn nou kruitmaatjes. Ze werden gebruikt in de 16e en 17e eeuw om de musketkogels mee af te vuren. Bijzonder om te weten dat deze gasten dus ook bij ons in de buurt actief zijn geweest. Het is de tijd van de 80-jarige oorlog.

In het canonvannederland.nl vind ik de volgende passage over de strijd waar mijn vondst waarschijnlijk getuige van was.


In 1582 was het geduld van de staatsen op. Bij verrassing werd Hasselt op 26 oktober door een groep soldaten uit Steenwijk bezet. De Grote of Sint Stephanuskerk werd geplunderd, een beeldenstorm die in 1588 nog eens grondig werd overgedaan. Niet lang daarna werden de katholieke erediensten verboden en vervangen door die van de protestanten.

Op internet vind ik een mooie blog van Mark Zwartelé, van de Werkgroep Archeologie Hulst. Daar hebben ze bij baggerwerkzaamheden een groot aantal kruitmaatjes gevonden. Hij legt uit hoe de musketiers in die tijd te werk gingen.

Hoogstwaarschijnlijk werden de kleinere kogels afgevuurd met een arckebus, ook wel haakbus of musketon genoemd. Het wapen was kleiner, lichter en handiger in gebruik dan een musket. De gebruikers, arckebussiers genaamd, dienden dan ook vaak bij de ruiterij.
De grotere loden kogels kwamen uit de loop van een musket. Dit wapen was veel zwaarder om te dragen, lastiger om te hanteren, maar schoot wel veel verder. Vanwege het gewicht bezat de musketier een “fourquet”, een gevorkte steun, waarmee hij de loop ondersteunde bij het afvuren. Musketiers hoorden bij het voetvolk, traden altijd op in groepsverband en werden op het slagveld tegen cavalerieaanvallen beschermd door afdelingen piekeniers.
Beide schietgeweren, arckebus en musket, waren aanvankelijk lontslotwapens. Om ze af te vuren was een brandend lont nodig. Daarvan had de schutter er dus altijd een aantal bij zich en hij moest er zorg voor dragen dat het lont tijdens het gevecht niet uitging. Slag leveren in de stromende regen was er dus destijds niet bij.
Een arckebussier had verder twee (bus)kruitflessen bij zich. Een grote waar hij het grovere kruit voor de hoofdlading in bewaarde en een kleinere met fijn kruit voor de ontsteking met behulp van het brandende lont. De kogels zaten in een klein tasje aan de gordel.

Kruitmaatjes, voorbeeld uit Hulst

Een musketier droeg een lederen riem of bandelier schuin over de schouder en daar hingen twaalf kruitmaatjes aan. Vanwege dit aantal werden ze ook wel apostelen genoemd. Ze waren vervaardigd van hout, koper of tin en overtrokken met leer. IJzer was uit den boze want dat zou vonken kunnen veroorzaken, met fatale gevolgen voor de drager zelf. Twee oogjes maakten het mogelijk ze met koordjes aan de bandelier op te hangen. Ook de dekseltjes zaten aan deze koordjes vast zodat die in het heetst van de strijd niet verloren konden worden, want het was de bedoeling dat de apostelen bij het volgende gevecht weer dienst zouden doen. In elk maatje zat dus een van te voren afgepaste lading voor één schot en ze konden opnieuw gevuld worden. Het kruit voor de ontsteking zat net als bij de arckebussier in een aparte fles aan de gordel. Daar hingen ook de extra lonten aan, alsmede een tasje voor de kogels.”

Molenstreng

Met deze informatie krijgt de geschiedenis van dit gebied nog meer lading. Eerst het verhaal over de molen en nu het kruitmaatje. Prachtig toch?

Ik haal mijn maatje voor de zoveelste keer weer uit het riet van de Molenstreng. Ook Buddy vindt het geweldig hier. We komen hier graag nog een keer terug. Op zoek naar de andere 11 apostelen. Fijne kerst iedereen!