Oorlogsrestanten

Ik ben geen expert op het gebied van de Tweede Wereldoorlog, maar dit keer werd ik onbewust toch even terug in die tijd getrokken.

Natuurlijk had ik al gelezen over de Engelse Lancaster die op 13 juni 1944 in Mastenbroek neergehaald is. Maar gezien mijn vondsten moeten zich meer drama’s in de polder hebben afgespeeld.

Ontsteker wo1

Ik bevind mij op een weiland aan de Oude Wetering, zo’n 2 kilometer van de plek waar het vliegtuig neergestort is. Tot ca 1840 heeft er een boerderij gestaan, dus hoop ik metalen uit die tijd te vinden. In een andere blog zal ik daar meer over vertellen.

De eerste WO2-vondst is een kegel. Het is een ontsteker van een granaat met een kaliber van 77mm. Geen gangbaar kaliber voor een WO2-granaat. Hij ziet er ook ouder uit, maar zoals gezegd, ik ben geen expert.

Na wat speurwerk op internet kom ik erachter dat het een ontsteker (fuze) van een Duitse granaat is uit 1916. De LKZ16. Mijn gevoel was juist. Maar hoe komt zo’n moordwapen dan ik Nederland? Wij waren toch neutraal in de 1e wereldoorlog? Ik sluit mij aan bij de Facebookgroep WO2 Speurders. Daar zitten de experts. Het blijkt dat er aan het eind van wo2 schaarste was aan ijzer. Goede reden om de overblijfselen uit het verleden alsnog in te zetten. Daaruit kunnen we opmaken dat het zomaar eens de mortier zou kunnen zijn geweest waar het Engelse vliegtuig mee neergeschoten is.

Franse ontsteker wo2

En er volgen meer ontstekers. Gelukkig niet gevaarlijk meer. Ze zijn allemaal afgeschoten en ontploft. In dit geval betreft het een Frans type. Dit kunnen we afleiden uit de vijf ringen. Het type is Mle30. Ook hier weer de vraag hoe een Franse granaat in Mastenbroek terecht is gekomen. Waarschijnlijk is hij buitgemaakt bij een slag in Frankrijk en aan het eind van WO2 alsnog ingezet door de Duitsers.

Het object dat volgt, door mij aanvankelijkde ‘benzinedop’ genoemd, is een ontstekingsvertrager. Deze is van Amerikaanse makelij, waarschijnlijk van de M48. Hiermee werden o.a. QF 25-ponders afgevuurd. Deze werden door middel van een Houwitser mobiele raketafvuurinstallatie afgevuurd. De QF staat voor Quick Firing oftewel snelschietend.

De vertrager zorgde na de inslag voor een tweede impact. Hier zie je een complete set.
En deze ontsteker hoort er misschien wel bij. Het is de kop van een Britse type 119 granaat van de artillerie.

Ontsteker granaat

Hier een inkijkje in de kop van de granaat.

Tot slot vond ik nog een 80mm ontsteker. Het is een Duitser, de HZ05.

Ontsteker granaat

Ik had sterk het vermoeden dat de Lancaster beschoten is vanaf een Duitse geschutsstelling dat op of in de buurt van de Kamperzeedijk moet hebben gestaan. Een paar honderd meter verderop in de richting van de kerk heb ik deze ontstekers gevonden. Het vliegtuig zal daar geraakt kunnen zijn en twee kilometer verderop zijn neergestort.

Een andere aannemelijke theorie komt van Arno Schuurman. Hij denkt dat de Lancaster neergeschoten is door een Duitse nachtjager, een Messenschmidt BF110 G4 van Gerhard Keitel 2./NJG 3. Nachtjagers maakten veelal gebruik van zgn schrage musik. 2 snelvuurkanonnen die onder een hoek van ca 60 tot 75 graden omhoog staken. De nachtjager ging dan onder de bommenwerper vliegen. Met alle gevolgen van dien…

Een tragisch verhaal waar door Gerrit Pelleboer al eerder over gepubliceerd is. Dat we het nooit zullen vergeten.

Kampen Textielstad

De boerderij aan de Oude Wetering in Mastenbroek is al zo’n tweehonderd jaar verdwenen, maar haar bewoners hebben een aantal leuke relikwieën nagelaten. Zo heb ik er een tweetal ‘staelloden’ gevonden. Staelloden zijn loden keurmerken van de productie van textiel of wol.

Met het eerste lood dat ik vond was ik al erg blij. Het formaat was erg groot voor een lood, zo’n 50mm doorsnede. En wat fijn dat er cijfers of letters op staan waaruit je kan afleiden waar het lood vandaan komt, uit welke periode het afkomstig is en natuurlijk ook waar het voor gediend heeft.

Als je heel goed kijkt zie je wel een aantal letters. Ik lees “TAR”. Mijn eerste gedachte was dat het een lood van een tarwezak moet zijn geweest. Aan de staat van het lood te zien zou het wel eens 17e eeuws kunnen zijn.

Via mijn Faceboek-zoekvrienden kom ik erachter dat het om een textiellood gaat. Dat kun je opmaken uit de vorm van de achterzijde en uit het formaat.

Omdat ik erg nieuwsgierig ben naar de complete tekst heb ik het lood nog wat beter schoongemaakt. Het is er niet heel veel beter op geworden, maar ik denk dat ik met een loep wel de letters “AMPEN”kan ontcijferen. Er is niet veel fantasie voor nodig om te veronderstellen dat het een lood uit CAMPEN moet zijn. Maar hoezo dan een textiellood? Leiden is toch de textielstad van Nederland?

Ik start mijn reseach en kom tot de ontdekking dat Kampen inderdaad ook een rijk textielverleden kent: “Naast laken, duffel en linnen kende Kampen in de zeventiende eeuw ook een veel bescheidener produktie van bombazijn, saaien en trijp.” Een zin uit het boek ‘Kampen Textielstad‘ van Frits David Zeiler (tegenwoordig in te zien dankzijde Digitale Bibliotheek Overijssel). Ik vermoed dat het keurlood op één van deze producten bevestigd heeft gezeten.

Uit mijn Facebooknetwerk ontvang ik vervolgens deze prachtige afbeelding van een ander lood van Campen. Mooi hoor Suus!

Een paar dagen later vind ik opnieuw een staellood. Dit keer alleen het achterste deel. Wel weer een grote, 52mm doorsnede.

Aan de bovenzijde is een kroontje zichtbaar. Hij is gedetermineerd als een Amsterdams textiellood, vergelijkbaar met eerder gevonden exemplaren uit 1607.

In het eerder genoemde boek tref ik een passage aan met de tekst: ” Trijpen “van Amsterdam” werden in het algemeen te Kampen vervaardigd.”. Er lijkt sprake te zijn van een soort licentiesysteem. Wie weet komt dit lood dus ook gewoon uit Campen. Mooi dat ze toen al de lokale economie steunden. De geschiedenis herhaalt zich, al zijn de keurmerkjes wel wat kleiner geworden.

Record model 3

Deze blog gaat over mijn vondst van een Record model 3. Een vondst in de Mastenbroekerpolder.

Het was al een beetje schemerig op de betreffende 7 oktober. Eerder die week had ik op het land al een knoepert van een musketkogel gevonden en de boer vroeg zich af of zijn land misschien ooit het strijdtoneel van een slagveld was geweest. En op Whatsapp grapte hij dat hij ook graag het bijbehorende geweer zou willen zien. Of ik daarvoor kon zorgen. Zijn vraag leidde bij mij tot een bijna niet te weerstane drang om terug te gaan naar het ondergronds munitiedepot.

Het was een natte week geweest en het land stond deels onder water. Een normaal mens zou het niet in zijn hoofd halen om onder deze omstandigheden het veld op te gaan. Maar je bent een piepwappie of niet.

De kans om een geweer te vinden is natuurlijk nagenoeg nul procent. Of misschien één. Achter op het land stond immers ook een jachthut. Iemand voert daar de eenden om ze vervolgens te trakteren op een schot hagel. Mijn metaaldetector is zo scherp dat zelfs die kleinste hagelkogels gedetecteerd worden. Gelukkig is het een goede schutter die weinig sporen achterlaat. Dat scheelt mij vele uren putjesgraven.

Goed, je kunt je vast voorstellen hoe ik daar in het strijklicht in de plassen aan het rondmarcheren was. Het kleine beetje schaamte voor het piepwappie-zijn verdween als sneeuw voor de maan toen ik een stuk metaal naar boven haalde wat wel erg veel weg had van een…. wapen. De loop om precies te zijn. Zo eentje uit cowboyfilms. En even verderop kwam ook de trekker naar boven en tot slot nog een derde deel.

Ik sprong een gat in de lucht van geluk. Snel keek ik om mij heen of niemand mij gezien had. De piepschaamte kwam heel even terug, maar was van korte duur. Ik kan moeilijk beschrijven hoe het voelt om een wapen te vinden. Hoe spannend is dat. In een polder. Hoe dan?

Ik leg de delen bij elkaar in het gras en fantaseer. Diverse mogelijkheden schieten door mijn hoofd. Het zou oorlogstuig kunnen zijn. Of toch van een jager? Of misschien is hier in het weiland iemand geliquideerd? Bevind ik me op een plaatsdelict en moet ik de politie bellen?

Een vierde verhaallijn wordt ineens realistisch als ik iets verderop ook nog een zilveren ketting vind. Pistool, zilveren ketting…Overval…Betrapt…Paniek…In de sloot ermee…

Zilveren schakelketting

Het zou kunnen. Langs het weiland loopt de Hasseltse Wetering. En deze is nog niet zo lang geleden uitgebaggerd. Het slip is over de aangrenzende landen verspreid.

Ik besluit het inlichten van de politie nog even uit te stellen. Er is immers nauwelijks nog iets over van wat ooit een moordwapen kan zijn geweest. Eerst maar eens een sluitende determinatie zien te krijgen.

Wat zou het voor pistool zijn?

Ik heb een aantal aanknopingspunten: 1. de loop van het pistool is zeer typisch. Er zijn maar heel weinig wapens met een dergelijk vizier. 2. Het kaliber is 4.5. Het staat zelfs in het wapen gegraveerd.

Mijn vaste hulplijn (mijn broer) komt al snel met het bericht dat het om een luchtdrukpistool gaat. Daarmee wordt het al een stuk gemakkelijker. Nu op zoek naar dergelijke pistolen met die typische loop.

Luchtdrukpistool

Het is een Record Model 3 luchtdrukpistool. Het type is gewoon op internet te bestellen voor 75 euro. Een beetje teleurgesteld ben ik wel. Geen oorlogsverleden dus, maar een dump uit de jaren ’90. Grote kans dat het wel gebruikt is bij een inbraak, maar welke zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen.

Ik neem contact op met een kennis die bij de politie werkt en verstand heeft van wapens. Hij komt dat weekend al meteen langs. “Daar valt niet veel meer aan te rechercheren”, is zijn conclusie. “En als het al een zaak zou zijn dan is ie wel verjaard. Het goede nieuws is dat het van een wapen is dat je vergunningsvrij thuis mag houden.

Ik heb hem een ere plek in mijn vitrine gegeven. Bij de rest van mijn wapenarsenaal. Bij de musketkogels. Bij de kogelhulzen. Bij de slaghoeden. Maar er blijft altijd een plaatsje vrij voor het musketpistool dat ik ooit nog ga vinden. Je bent een piepwappie of je bent het niet.

Nawoord 16-1-2021. Heb een app ontvangen van de boer. Hij heeft een opengebroken kluis op de dam bij het weiland aangetroffen. Inmiddels door de politie opgehaald.
Waarschijnlijk opgevist door magneetvissers. Zou er een verband zijn met het luchtdrukpistool en de zilveren ketting?

Meteoriet of MeteoNiet?

Meteoriet?

Deze week komt De Papenacker weer uit. Het wijkblad van Spoolde waar ik de naamgever en initiatiefnemer van ben. Eén van de redactieleden heeft mij gevraagd om iets over mijn hobby te vertellen. Nou dat wil ik wel. Leuk om iets over je passie met anderen te delen.

In het artikel schrijf ik dat passie iets is waar je energie van krijgt, zonder dat het stressvol wordt. Helaas moet ik deze woorden rectificeren. Hieronder lees je waarom.

Het verhaal begint in Mastenbroek bij Jan en Anita. Jan is boer en Anita ken ik nog uit Spoolde. Onze oma’s waren vriendinnen aan de Meenteweg. Afgelopen vrijdag heb ik een paar uur rondom de boerderij gezocht naar edele metalen. Naast de hoefijzers vond ik een mooie deksel van een theekan van de oma van Jan’s moeder. Hoe bijzonder.

Mijn laatste hit was een aparte. Een blok metaal van een centimeter of 15. Of was het misschien een steen? Heel apart was het zeker.

Thuis heb ik het object gewassen en gewogen. Opvallend weinig roest. Wel een soort van bruine korst aan de buitenkant. Eén kant was zilverkleurig. Nog best een zwaar ding. Zo’n 1.400 gram.

Wegen is weten

Ik heb hem meteen aan mijn Facebook-bodemvondstenvrienden laten zien. De reacties waren divers. Een aantal dachten ijzerslak, maar er waren er ook die zeiden dat het een meteoriet kon zijn en dat ik direct de autoriteiten moest waarschuwen.

Eerst maar eens het soortelijk gewicht berekenen. Daaraan kun je afleiden wat voor soort metaal of steen het is. Ik aan de slag met een maatbeker en na enige vindingrijkheid kon ik aflezen dat mijn vondst een inhoud had van 670 cm3. Het soortelijk gewicht was dus 2,1. Dat duidt niet op een metaalsoort. Die zijn over het algemeen veel zwaarder. Het moet een steen zijn met iets van ijzer van binnen.

Ik app een bericht aan mijn broer. “Kijk eens wat ik gevonden heb? Een meteoriet! Gevonden in Mastenbroek. “Al snel krijg ik een reactie terug. “Whopa! Daar is in de buurt een meteoriet neergekomen vorig jaar, remember?

Ergens in mijn achterhoofd begint er iets te dagen. Ik Google op ‘meteoriet’ en ‘Hasselt’ en ja hoor. Een groot aantal artikelen berichten over ‘mijn meteoriet’.

Alles klopt:

+ Hij is ongeveer een meter lang geweest, maar waarschijnlijk is hij nu tussen de 10 en 20 cm. Check. De mijne is 13 cm.

+ Hij heeft een doffe, bruine kleur. Check.

+ Er zit een korstje omheen. Check.

+ Hij ligt in een straal van 5 km rondom Hasselt. Check.

+ Oordeel van mijn collega bodemzoekers. Check.

Ik start een onderzoek op internet en vind een vergelijkbare ‘steen’. Nu ben ik echt overtuigd.

Ok, nog één testje dan. Ik neem mijn trofee mee naar mijn schuurtje en geef het ding een klap op zijn kop. Mocht het een gewone steen zijn dan breekt hij wel en kan ik de binnenkant bekijken. Ik sla een deuk in de korst. Een soort zwart grafiet wordt blootgelegd. Logisch, aangezien het op zijn reis door de dampkring aardig in de brand heeft gestaan. Maar de binnenkant is letterlijk ‘keihard’. Ook sla ik er nog een hoekje van de voorkant vanaf. Aan de binnenzijde ziet het zwart. Heb ik nu iets doms gedaan? Een object van miljarden jaren oud kapot geslagen?

Mijn vrouw ziet het anders. “Stel dat ze hem komen ophalen, dan heb je in ieder geval het hoekje nog“.

DIT IS EEN METEORIET. De 7e in Nederland. Op 28 juni 2019 met een flits en een knal naar de aarde gekomen om door mij gevonden te worden. Ik ben een bevoorrecht mens.

Kijk en vergelijk

En nu? Moet ik iemand bellen? In het artikel in De Stentor verwijzen ze naar een meteorietenteam uit de Randstad dat op zoek is naar mijn meteoriet. De professor die in de krant geciteerd wordt doet een beroep op alle boeren in de regio om vreemde stenen bij hem aan te melden.

Hij schrijft ook dat er hunters op zoek zijn om hem vervolgens duur te verkopen. Ik lees vergelijkbare artikelen uit Amerika. Sommigen gaan voor meer dan een miljoen dollar over de toonbank. Dat is niet wat ik voor ogen heb. Ik geef bloed en ben donor, dus dan past het niet om de wetenschap een loer te draaien. Of doe ik nu mijzelf te kort? De boer en zijn vrouw zijn overigens voor de helft eigenaar. Ik zal ze morgen bellen.

Maar misschien kan ik wel de fotorechten verkopen. Ik zie veel foto’s van meteorieten op internet met een (c) achter de naam. Dan moet De Stentor maar gaan betalen voor dit wereldnieuws. En De Telegraaf en de NOS…

Ik besluit de professoren een mail te sturen. Ze zijn verbonden aan Naturalis. Dat voelt wel ok. Mijn schoonfamilie komt immers uit Leiden. Daar is mijn meteoriet vast in goede handen. Ze mogen hem lenen voor de wetenschap. Voorlopig voor 6 maanden staat in de archeologiewet.

Ondertussen gaat mijn hartslag steeds een beetje omhoog en vertel ik de kinderen over de mogelijke komst van de media naar IJsselmuiden. Ook stuur ik een bericht naar mijn bodemzoekvrienden op Facebook.

De meteoriet heeft een mooi plekje gekregen in het raamkozijn in de keuken. Daar waar ik altijd mijn toonbare vondsten etaleer. Het is een ereplek voor eremetaal. Voor deze steen maak ik graag een uitzondering.

Bij nader inzien toch niet zo’n goed idee. Wat als iemand hem bij ons komt zoeken? Zitten er wellicht wat minder ethische vrienden in mijn Facebookgroep. Dat is dan Dag schat! Ik verwijder uit voorzorg direct al mijn met trots geplaatste berichten van Facebook. En de meteoriet, die gaat mee naar de slaapkamer. Ik ben bereid hem met hand en tand te verdedigen.

Die nacht slaap ik slecht. Hoezo passie zonder stress? Ik ben totaal in de ban van de steen. Hoe zal het gaan de komende week? Wanneer zullen die professoren van zich laten horen? De universiteiten zijn tijdens de corona-crisis dicht en in Naturalis kun je nu ook een spelt horen vallen. Ze zullen toch wel thuiswerken?

De volgende morgen bel ik Anita. Ga even zitten, ik moet je wat vertellen. De telefoon gaat op de boerderij op de speaker en aan de andere kant zijn ze zeer verheugd over het nieuws. “Zal het echt zo zijn?” Ik denk het wel. Alles lijkt erop dat het hem is.

Als we naar bed gaan staart het miljarden oude stukje sterrenstof ons een beetje angstwekkend aan. Wat als hij nog radioactief is? Ik heb gelezen dat het na een jaar weg is. Maar deze is nog geen jaar op aarde. Zou onze zoon daardoor zo’n buikpijn hebben? Ok, hij verhuist naar de logeerkamer. Alsof dat helpt, maar toch. ’s Nachts meldt ook onze dochter zich bij ons. “Ik heb ook buikpijn“. En bedankt. De rest van de nacht geen oog meer dichtgedaan.

Zondags vind ik op internet ook een mobieltelefoonnummer van de KNVWS, de Koninklijke Vereniging van Weer- en Sterrenkunde.

De volgende dag bel ik het meldpunt. Mij wordt verzocht foto’s en vindplaats te appen. Ik stuur een aantal foto’s en de straatnaam van de vindplaats. Het huisnummer geef ik niet. Je weet maar nooit. Ik vertrouw niemand meer. De volgende ochtend zou ik bericht krijgen.

Op werk aangekomen wacht de ISO-auditor op mij. Het eerste kwartier gaat op aan mijn verhaal. Iedereen wil het bijzondere verhaal maar wat graag horen. Da’s eens ander nieuws dan het corona-nieuws. Mijn manager grapt nog dat ik wel mijn opzegtermijn in acht moet nemen. Gelukkig een kwartiertje minder voor lastige vragen.

’s Avonds app ik Anita dat ze alvast moet gaan nadenken over de mogelijke publiciteit die de vondst kan gaan generen. Er zijn nog een aantal stukken kwijt, dus het is niet onbedenkelijk dat gelukszoekers bij nacht en ontij op hun land zullen gaan zoeken. Mijn bezorgdheid wordt op prijs gesteld. Ze vraagt mij naar de kans dat het hem is. Ik denk 95%, vertel ik haar.

De volgende ochtend zie ik dat de man van het meldpunt al om 5:30u naar mijn bericht heeft gekeken. De spanning neemt nog meer toe. Natuurlijk is het voor hen ook zeer belangrijk en spannend. Dan kun je wel professor zijn. Het zijn ook gewoon mensen met een passie. Aan de hand van deze meteoriet kunnen ze veel te weten komen over het ontstaan van het zonnestelsel.

Precies om 12:00u zie ik een app-bericht op het scherm van mijn telefoon verschijnen. Het is van de Werkgroep Meteoren van de KNVWS.

Ik heb de foto’s nauwkeurig bekeken en het gaat helaas niet om een meteoriet”. “De korst is ontstaan door verhitting bij een relatief lage temperatuur. Ook is de soortelijke massa te laag voor een meteoriet. Het zal een slakproduct zijn“.

Wat een domper. Het is dus een meteoNiet. Maar dat het om slak gaat gaat er bij mij niet in. Daar heb ik de oudijzerbak mee vol liggen en ijzerslak ziet er heel anders uit. Het is een restproduct van bedrijven als Hoogovens en wordt veel gebruikt in de wegenbouw. Meestal is slak magnetisch. Mijn steentje is dat niet.

’s Middags ontvang ik ook bericht van de professor van Naturalis. Ook hij denkt dat het geen meteoriet is. Hij denkt dat het een steen is van een oude oven of vuurplaats. Dat zou het zwarte grafiet kunnen verklaren. Maar waarom dan een signaal van mijn metaaldetector?

Betonsteen met metaalsporen

Ik besluit dat het een goed idee is om mijn teleurstelling te richten op de meteoNiet. Samen vertrekken we naar het vertrouwde schuurtje. Even twijfel ik, maar dan gaat de zaag erin. Dat gaat echter niet. Keihard is het. Dan pak ik de moker en langzaam openbaart zich een oude steen. Geen slak dus, maar de professor van Naturalis heeft gelijk. De mooie kleurtjes aan de binnenkant herken ik van onze vuurton. Het zal iets van koper zijn.

Over koper gesproken, daar hoeven we ons in ieder geval niet meer druk over te maken. Tenminste, voorlopig. Ik heb nog 30 ha om af te zoeken, maar wacht nog even een paar maanden want dan zal de radioactiviteit wel weg zijn. En dan is het vakantie. Misschien wordt het wel kamperen bij de boer dit jaar.

Rijwielbelastingplaatje en meer poldervondsten

Ik heb een nieuwe metaaldetector gekocht. En die hebben we direct maar even grondig uitgeprobeerd. Ik zeg “we”, want dit keer heb ik mijn broer meegenomen. Ik met de nieuwe, hij met mijn oudje. Ruud is expert op het gebied van genealogie. Ik zoek in de bodem en hij zoekt tot de bodem uit wie waar geleefd heeft. Zo vullen we elkaar mooi aan.

Dit keer hadden we al binnen een kwartiertje beet. Ik haalde een koperen plaatje naar boven. Even wennen aan de nieuwe tonen, maar deze klonk als muziek in mijn oren. Het bleek een rijwielbelastingplaatje (RWB-plaatje) te zijn. En het werd nog leuker toen de cijfers 1 – 9 – 4 – 0 I 1 – 9 – 4 – 1 tevoorschijn kwamen. Het bleek een plaatje uit de tweede wereldoorlog te zijn. Niet zeldzaam, maar wel heel bijzonder.

Rijwielbelastingplaatje 1940 I 1941

Op 1 augustus 1924 werd in Nederland het rijwielbelastingplaatje ingevoerd.
Iedere fietser, op wat uitzonderingen na, zoals kinderen, gehandicapten en de PTT-postbode, moest belasting betalen voor zijn tweewieler door een metalen plaatje te kopen dat op de fiets bevestigd moest worden.
Ach, dat vervloekte fietsplaatje.
Het behoort nu al weer bijna 80 jaar tot de voltooid verleden tijd. Mijn vader wist zich ook nog te herinneren dat opa hem erover had verteld. Het ware bijzondere plaatjes, aangezien men er jaarlijks voor in de rij moest staan om een plaatje te kopen en vanwege de constante vrees voor diefstal, de controle en vanwege de werklozen – plaatjes met een gat erin. Dat was bij dit exemplaar niet het geval.

Het einde van het fietsplaatje kwam op 1 mei 1941 , tot vreugde van iedereen , al was het een gedempte vreugde omdat het een Duitse maatregel was. (bron: www.fietsbelasting.nl)

Het gevonden exemplaar is dus van één van de laatste versies.

Overzicht van alle vondsten van 11-4-2020

Wat we verder nog vonden lijkt niet erg van historische waarde te zijn. Zo vond Ruud een mollenklem en diverse onbeduidende metaalfragmenten. Ook leuk zijn de twee hoefijzers. Beide van een groot paard, waarschijnlijk als trekpaard gebruikt door Jan’s grootvader.

Verder vonden we nog een aantal klompen ijzerhoudend materiaal. Deze worden ook wel ijzeroer genoemd.

IJzeroer wordt vooral aangetroffen in en langs beddingen van rivieren en beken in Zuid- en Oost-Nederland. De voornaamste vindplaatsen zijn bodems die de ideale omstandigheden bieden voor de vorming van ijzeroer. Hieronder vallen vooral de dekzandgebieden in Overijssel, Noord-Brabant en Gelderland en de veengebieden in Drenthe en Groningen. (bron: IJzeroer – Geologie van Nederland).

Het vinden van ijzeroer in onze regio is niet zeldzaam. Ik heb er al veel van gevonden.

Toen we na ruim twee uren zoeken weer huiswaarts wilden gaan vond Ruud nog een zakmes. Half vergaan, dat wel, maar toch goed herkenbaar.

Zakmes

Al met al was het een leuke middag. Leuk om weer eens een middag met mijn broer op pad te zijn geweest en ook leuk om te weten dat ik met deze hobby weer een verhaal heb weten te maken dat weer andere mensen kan inspireren.

We komen graag nog eens terug, want het kan niet anders dan dat er hier veel meer verborgen verhalen in de grond zitten.

En dan komen we misschien wel op de fiets. Op onze belastingvrije fiets…

Nawoord 18-4: Inmiddels heb ik enkele vondsten schoongemaakt. Ik heb nog geen 100% determinatie, maar één van de vondsten lijkt op een gewicht in de vorm van een koe (ca 300 gr.). Het voorwerp met de ovale vorm zou een fotolijstje kunnen zijn (iets anders in ovale vorm kan ik niet bedenken).

Gisteren weer een paar uurtjes terug geweest. Nu vond ik naast twee hoefijzers wederom een zakmes, maar ook een geëmailleerde deksel en een zeef. Het blijkt het deksel van een theepot te zijn geweest. Het zeefje hoorde er ook bij. In de jaren 50/60 kreeg deze boer een theepot mee naar het hooiland. Mooi dat deze vondst weer een herinnering tot leven heeft gebracht.