Knaller uit Kaatsheuvel

Nederland is er weer een stukje veiliger op geworden. Door het vinden van een vondst die je als amateurdetectorist eigenlijk niet wil vinden.

We zijn in Kaatsheuvel met ons gezin. Lekker een weekje weg zo aan het eind van het toch wel bizarre jaar. Het gebied staat erom bekend dat er zwaar gevochten is in de tweede wereldoorlog. Ons huisje grenst aan de Loonse en Drunense Duinen, een gebied van Natuurmonumenten waar het verboden is voor detectoristen.

Ik ben daarom op zoek gegaan naar een alternatieve plek om naar sporen uit het verleden te speuren. Deze oude ‘snuffelaar’ zoals mijn tante Henny mij op Facebook noemde zag op Google Maps een fraai alternatief: De Moer, de tuin van De Efteling.

Ik ben dol op zandpaadjes die enerzijds grenzen aan een akker en anderzijds aan een bosperceel. Dit zijn plekken waar de boeren vroeger hun zooi dumpten. Achter op het land. Dit zijn ook de plekken waar in oorlogstijd soldaten verscholen lagen.

Mijn eerste vondst doet mijn hart meteen sneller kloppen. De contouren van een rond voorwerp worden langzaam steeds zichtbaarder.

Zou het een soldatenhelm zijn? Die zou ik dolgraag een keer willen vinden. Het blijkt een vondst uit de eerste categorie: “zooi”. Een pan. Het smaakt naar meer. Ik voel dat hier wat te halen is. Iets verderop vind ik een oude duimheng (hekscharnier) van zo’n halve meter lang. Lastig om mee te nemen. Ik besluit hem als een soort sabel aan mijn broek te hangen.

Ik vervolg het zandpad. Verderop vind ik een groot aantal blikresten. Niet van die moderne frisdrankblikjes, maar conservenblikjes. Soldaten begroeven die om geen sporen achter te laten. Voor mij niet meer dan een indicatie dat er wel eens meer zou kunnen liggen.

Weer iets verderop heb ik een leuk gesprek met een wat ouder echtpaar. De man vertelt hoe hij in zijn jeugdjaren hulzen heeft gezocht. Het lag er hier vol mee. Ze lopen verder en ik begin een mooi signaal uit te graven. Dan zie ik op zo’n 20 cm diepte wat blinken. Voorzichtig veeg ik het zand opzij. Een pracht van een granaatkop komt te voorschijn.

Wouw. Dat is gaaf! Ik doe een stap achteruit. Dit is linke soep man. Maar wat is ie mooi. Snel maak ik een foto en bedek het projectiel weer met zand. Aanstampen lijkt mij geen goed idee zo met de kerst voor de deur. Ik besluit een bericht te posten in de Facebook-bodemvondstengroep. Meteen slaan er meerdere mensen aan. “Het is een ontsteking van een granaat en het lijkt erop dat hij op scherp staat!”.Je moet de politie bellen!”.

Dan zie ik dat het energielevel van mijn telefoon veel te wensen overlaat. Ik moet eerst terug naar mijn Landal-basiskamp. Maar eerst de plek markeren. Dat is de regel als je gevaarlijk spul vindt. Ik trek mijn sabel en prik hem in de berm naast het pad. Ook maak ik er nog even snel een foto van. Mij zullen ze niet pakken op procedurefouten.

Thuis aangekomen plug ik mijn mobiel aan het infuus en bel het algemene nummer van de politie. Ik word snel teruggebeld door de explosievenspecialist van de plaatselijke politie. Nadat hij de gestuurde foto beoordeeld heeft, belt hij opnieuw. “Je hebt wat moois gevonden maar je zegt dat het op een wandelpad ligt. Ik kom je met spoed halen“.

Zo’n vijf minuten later komt de agent aangereden. Op verzoek van mijn vrouw heb ik nog wel even de receptie van het park gewaarschuwd dat er politie in aantocht is. Opdat ze geen verkeerde conclusies trekken. “Wat? Een bom op ons park?” Ik hoor een lichte paniek in de stem van de receptioniste, maar kan haar snel weer geruststellen. Die bom is een granaat en ligt hier 4 km vandaan. Niets aan de hand.

Ik stap in de witte beplakte Mercedes en wijs de weg naar mijn hotspot. Onderweg praten we over mijn boeiende hobby en over zijn spannende job. Hij vertelt me dat er in deze regio met regelmaat oorlogstuig gevonden wordt. Vooral in de weekend en vakanties als de hobby detectoristen weer naar Brabant komen. Ze zijn er blij mee.

In het bos aangekomen lopen we samen naar de vindplaats.

Heel voorzichtig maakt hij het gat open en aanschouwt hij mijn gruwelijke vondst. Gruwelijk mooi en zeldzaam gaaf van uiterlijk, maar ook gruwelijk dodelijk.

Er lopen twee jongens langs. Wat zullen zij nu denken? Een agent in uniform op zijn knieën aan het graven in een bos. Waarom vragen ze niets? Misschien uit respect. Zou mooi zijn.

Hij maakt het gat weer dicht om vervolgens de EOD te bellen. Hij vertelt dat zij werken met drie gradaties. A: zeer gevaarlijk (lees direct opruimen). B: redelijk gevaarlijk (lees binnen twee dagen opruimen) en C: ook wel gevaarlijk, maar als het er al 75 jaar ligt dan kan het ook nog wel 5 dagen langer liggen. Hier gaan we geen mensen van verlof voor terugroepen. Dan valt de verbinding weg. . Ik hoor hem mopperen. Onze agenten worden niet met de beste spullen het bos in gestuurd.

Omdat de bom zelf niet meer aanwezig lijkt te zijn wordt mijn vondst als C gekwalificeerd. Toch is hij compleet genoeg om gevaarlijk te zijn. De EOD’er verzoekt mijn agent om het projectiel weer op te graven en in de berm onder een dekentje van bladeren te verstoppen. De agent gaat weer op zijn knieën, maakt aanstalten om weer te graag graven, maar hij bedenkt zich. Ook hij wil met kerst graag thuis zijn. Ik hoopte natuurlijk op een fraaie, gecontroleerde ontploffing door de EOD, maar met dit spul doen ze het anders, minder spectaculair.

Ik sluit de dag af met een dubbel gevoel. Onder mijn Facebookvrienden is mijn vondst trending. Vooral de Brabo’s zijn blij dat hun provincie weer een stuk veiliger is geworden. Maar toch voelt het alsof mij iets gaafs is afgenomen. Zoiets moois gevonden, maar we gaan met lege handen terug naar de vitrine thuis. Ik besluit er een mooie blog over te schrijven. Alstublieft!

 182 total views